‘Thuis’ door de jaren heen: taal, beleid en personage

Zegt Simonneke “Ja da vinnekik ook een goe gedacht”, dan gaan bij sommige taalliefhebbers de nekharen overeind staan. Ze uiten vaak luidop hun onbehagen over het kelderende taalgebruik van de acteurs uit ‘Thuis’. Miriel Vandeperre, masterstudente Vertalen (KU Leuven), ging na of de bezorgdheden gegrond zijn. Ze bestudeerde hoe het tussentaalgebruik van de kernpersonages Frank, Simonne, Marianne en Ann de afgelopen 25 jaar evolueerde. Weinig, zo blijkt. Wel merkte Miriel een bijzonder patroon op in het taalgebruik van Marianne. De oorzaak? De spanning tussen beleid en realiteit.

Al een kwarteeuw houdt ‘Thuis ’elke avond vele Vlamingen aan hun scherm gekluisterd. Niet enkel de verhaallijn beroert de gemoederen. Ook het taalgebruik in de serie, dat steeds verder zou afglijden naar tussentaal, zorgt al eens voor controverse. Tijd voor onderzoek vond student Miriel Vandeperre. In haar masterproef onder leiding van de docenten Eline Zenner en Luc Dierickx ging ze na of het tussentaalgebruik de laatste 25 jaar is toegenomen en of het antwoord op die vraag afhangt van acteur en personage.

Hé, gij daar, geeft mij da boekske is

Miriel nam in het VRT-archief een steekproef van 1342 zinnen uit de meer dan 4950 afleveringen van ‘Thuis’. De masterstudente selecteerde gesprekken tussen de kernpersonages Frank Bomans en Simonne Backx en tussen Marianne Bastiaens en Ann De Decker, mooi verspreid door de tijd met meetpunten om de vijf jaar van 1995 tot vandaag.

Miriel zocht in de verzamelde zinnen naar vier markeerders van tussentaal: spreken de personages de t aan het einde van een woord uit (‘da’ of ‘dat’), zeggen ze ‘jij’ of zeggen ze ‘gij’, gebruiken ze ‘-je’ of ‘-ke’ om verkleinwoorden te vormen (‘boekje’ of ‘boekske’), en voegen ze een extra t toe aan de imperatief of niet (‘zwijg!’ of ‘zwijgt!’)? Dit leverde haar 1427 observaties op om mee aan de slag te gaan.

Ann en Marianne

Stabiel in de tijd

De resultaten onthullen dat het tussentaalgebruik de laatste 25 jaar best stabiel is gebleven. Enkel de eind-t in woorden als ‘dat’, ‘wat’ en ‘niet’ valt enigszins vaker weg dan vroeger, maar hier speelt dan weer een plafondeffect: de eind-t valt de hele periode door erg vaak weg. Slechts 251 van 861 kandidaat-t’s worden uitgesproken. Ook bij de voornaamwoorden zien we zulke uitgesproken resultaten: 452 ‘gij’-varianten staan in de steekproef tegenover slechts 2 ‘jij’-varianten.

De resultaten voor de eind-t sluiten mooi aan bij wat we weten uit eerdere onderzoeken naar Vlaamse omgangstaal. Tegelijk is het opvallend dat wissels tussen ‘gij’ en ‘jij’, die in spontaan taalgebruik weleens optreden, in ‘Thuis’ lijken te ontbreken. Dat ligt aan een expliciete richtlijn van het productieteam van ‘Thuis’: alle acteurs moeten ‘ge’ of ‘gij’ gebruiken (zie ook eerder onderzoek van Sarah Van Hoof). Dat zou de personages realistisch en authentiek helpen lijken. Een fijnere analyse van tussentaalpatronen per personage toont dat een dergelijke ongenuanceerde beleidsrichtlijn echter niet noodzakelijk tot natuurlijk taalgebruik leidt.

Madam Marianne

Onze Frank versus Madam Marianne

Taal lijkt in ‘Thuis’ ook sociale verschillen tussen de personages in de verf te zetten. Vooral Frank en Simonne gebruiken veel tussentaal. De hautaine doktersweduwe Marianne hanteert in verhouding opvallend meer standaardtaalkenmerken, maar houdt zich toch trouw aan de beleidsrichtlijn over ‘ge’. Hoewel Madam Marianne in zes op de tien gevallen de eind-t uitspreekt, valt ze in Miriels steekproef op geen enkele ‘je’ te betrappen. Dat contrast leidt tot bizar aandoende wendingen als “Dat gij en ik niet goed overeenkomen, Ann, dat is niet alleen mijn schuld”.

De combinatie van ‘ge’ en uitgesproken eind-t’s zet juist het realistische en authentieke taalgebruik waar de beleidsmakers naar op zoek zijn, op de helling. Eerder onderzoek van Ann-Sophie Ghyselen (2016) wees uit dat wie ‘ge’ gebruikt, normaal gezien ook de eind-t’s laat vallen. Dat doet Marianne niet, wat haar taalgebruik als meer gekunsteld zou kunnen laten overkomen dan het coherente tussentaalgebruik van Frank en Simonne.

De ‘ge’-richtlijn van het productieteam zorgt bij Marianne onbedoeld voor een schizofreen taalrepertoire. Waar een keuriger taalgebruik haar status als ‘chique madam’ alle eer moet aandoen, creëert het ‘ge’-beleid spanning, met inauthentiek aandoende combinaties tot gevolg.

Welkom in de wondere wereld van de variatietaalkunde!