Taaltest voor kind naar het eerste leerjaar mag

Minister Weyts lanceerde enkele maanden geleden zijn plan om bij kleuters een taaltest af te nemen. Vanaf 1 september 2020 verlaagt de leerplicht van zes naar vijf jaar en de onderwijsminister grijpt die gelegenheid aan om bij het begin van de derde kleuterklas zo’n test af te nemen. Kleuters die het Nederlands onvoldoende beheersen, zouden speciale taallessen krijgen of zelfs een jaar lang een taalbad moeten volgen.

Nu blijkt dat de N-VA-minister graag nog een stapje verder gaat. Zo zouden kinderen die op het einde van de derde kleuterklas het vooropgestelde niveau niet halen, niet naar het eerste leerjaar mogen.

Ben Weyts
Ben Weyts (foto: © Belga)

De onderwijskoepels wijzen het idee af en ook de coalitiepartners CD&V en Open VLD hebben kritiek. "Laat een kleuter een kleuter zijn. Het voorstel van minister Weyts dat nu op tafel ligt, namelijk een taaltest op het einde van de derde kleuterklas, legt de nadruk op die resultaatgerichtheid. Een taaltest komt neer op een toegangsexamen voor de lagere school en dat mag niet de bedoeling zijn”, zegt Loes Vandromme (CD&V). “Dat is niet de afspraak, we voeren geen toelatingsexamen voor het lager onderwijs in”, zegt ook Sihame El Kaouakibi (Open VLD) op Twitter.

Open VLD is voorstander van een taalscreening in de derde kleuterklas. “Op die manier beschik je over informatie waarop je je onderwijs kan aanpassen indien nodig. Zo is een taalintegratietraject dat doorloopt in het eerste leerjaar bijvoorbeeld een mogelijkheid om de kennis van het Nederlands bij te spijkeren.”

Ook de linkerzijde van de oppositie gaat niet mee in het verhaal van minister Weyts. “Wij zijn tegen een toelatingsexamen voor kleuters. Een taalscreening met oog op remediëring kan voor ons, maar er mogen absoluut geen extra drempels komen. We gaan de toekomst van kleuters niet hypothekeren door een momentopname”, zegt SP.A-fractieleidster Hannelore Goeman.

Elisabeth Meuleman (Groen) noemt het voorstel “gevaarlijk”. “Je kan taalmoeilijkheden bij vijfjarige kleuters niet zien als een gebrek aan mogelijkheden of potentieel. Zo”n test zal werken als een hakbijl. En grote gevolgen hebben voor de leerlingen”, zegt Meuleman.

Minister Weyts laat weten dat “de versie die nu circuleert allesbehalve definitief is”. Verschillende bepalingen uit die ontwerpversie zijn nog onderwerp van discussie en de zaak moet nog op de regeringstafel komen, benadrukt de minister.

Taaltest op die leeftijd komt te vroeg

“Een taaltest zoals Vlaams minister van Onderwijs Ben Weyts (N-VA) voor de geest staat, op het einde van de kleuterklassen en voor het eerste jaar lager onderwijs, komt veel te vroeg.” Dat zegt onderwijs- en taalverwervingsexpert prof. dr. Alex Housen van de VUB. “Er zijn geen betrouwbare en valide taaltests met predicatieve waarde voor die leeftijdscategorie.”

“En de tests die er zijn, zijn zeer controversieel”, vervolgt professor Housen. “Net omdat er zoveel variatie is in taalvaardigheid op die leeftijd. Die variatie is er op individueel gebied, waarbij een kind misschien wel goed scoort op receptief taalgebruik of - bij wijze van voorbeeld - woordenschat, maar minder op productief taalgebruik of op het vlak van grammatica.”

“Daarnaast zijn er ook variaties binnen de groepen kleuters: het ene kind komt traag op gang en zal later een inhaalbeweging maken, anderen scoren in het begin goed en nemen daarna wat gas terug. Veel hangt dan af van het ogenblik waarop de test wordt afgenomen. Naast dus de vraag welk aspect van de taalverwerving je precies test.” “Het patroon van vliegende of trage start en groeispurten bij het begin of later komt overigens zowel voor bij autochtone kinderen als bij meertalige kinderen die een andere thuistaal hebben.”

Professor Housen wil echter niet gezegd hebben dat een taaltest uit den boze is. “Alleen denk ik dat ze later afgenomen moet worden: ten vroegste op het einde van het eerste jaar basisonderwijs en liever nog in het tweede jaar. De ontwikkeling van de geletterdheid is dan gestart en dat geeft normaal een ‘boost’. Wel blijft de bedenking gelden dat je goed moet nadenken over welke vaardigheden je eigenlijk wil testen”, nuanceert de professor.

Daarnaast vindt professor Housen het een goed idee om naast een juf voor pakweg 30 kleuters er een tweede kleuterbegeleidster naast te zetten. “Dat zal het aanbod van de taal intensiever, gevarieerder en rijker maken, en het is overigens een ingreep waar niet alleen de anderstalige scholiertjes voordeel bij zullen hebben, maar ook de ‘Vlaamse’ scholieren uit zwakkere milieus die zo een gevarieerder aanbod krijgen dan bij hen thuis.”