Studenten kunnen niet meer schrijven

blokkende studenten

In De Morgen luiden Vlaamse academici de alarmbel. Masterstudenten kunnen nauwelijks nog een volzin schrijven, laat staan een tekst structureren. Volgens Dirk Van Damme, OESO-topman voor onderwijs, legt het middelbaar onderwijs te veel nadruk op mondelinge communicatievaardigheden.

De onderwijskundige Martin Valcke (UGent) is het daar niet mee eens. Ook hij merkt dat zijn studenten veel spel- en taalfouten maken en dat ze het antwoord op examenvragen schriftelijk slecht kunnen verwoorden. Volgens hem zijn de eindtermen wel goed, maar worden ze slecht vertaald in de leerplannen. Communicatief taalonderwijs hoeft de eigen schrijfvaardigheid zeker niet in de weg te staan. “Laat je de leerlingen die teksten analyseren, er opdrachten over schrijven en ze presenteren in de klas? Dan werk je wel degelijk aan een betere taalbeheersing.”

Ruud Hendrickx, taaladviseur bij de VRT, ziet het probleem ook. “Taal is een levend organisme, maar wanneer je de vaardigheid mist om op een zorgvuldige manier je gedachten te ordenen, dan gaat de boodschap verloren.” Lieve De Wachter, docente Nederlandse taalbeheersing bij de KU Leuven, was zo gefrustreerd door de geringe taalvaardigheid van de studenten dat ze met haar team een digitale schrijfassistent ontwikkelde. “Zo komen studenten meteen te weten hoe lang hun zinnen zijn, welke woorden ze overvloedig gebruiken en worden alle passieve constructies aangeduid.”

Minister van Onderwijs Hilde Crevits (CD&V) deelt de bezorgdheid van de academici. Ze wijst op de aanpassingen van de eindtermen voor het secundair onderwijs, juist om de taalvaardigheid van de leerlingen te vergroten.