Steeds meer leerlingen spreken geen Nederlands thuis

lezende jongen

Het aantal kinderen en jongeren uit het kleuter-, lager en secundair onderwijs in Vlaanderen dat thuis geen Nederlands spreekt, blijft toenemen. Dat berekende Vlaams volksvertegenwoordiger Vera Celis (N-VA) op basis van parlementaire vragen. In de Vlaamse rand zijn kinderen die het Nederlands niet als thuistaal hebben, in de meerderheid.

Vorig schooljaar (2017-2018) spraken volgens Celis in totaal 21,5% van de leerlingen uit het basisonderwijs thuis geen Nederlands. In het schooljaar 2012-2013 was dat nog 17,6%. Ook in het secundair onderwijs is er een stijging: van 11,7% in het schooljaar 2012-2013 tot 16,7% in 2017-2018.

In alle Vlaamse provincies zet de stijgende trend zich door. In Vlaams-Brabant gaat het intussen al om meer dan een kwart (26,6%) van de leerlingen in het basisonderwijs; in Antwerpen om ruim 22,4%. In West-Vlaanderen leeft deze kwestie het minst, met 11,9% anderstalige leerlingen in het basisonderwijs.

Vooral de grootsteden springen eruit, met bijvoorbeeld in Antwerpen 46,2% van de kinderen in het basisonderwijs en 36,8% van de leerlingen in het secundair onderwijs. In Gent gaat het om meer dan een derde van alle kinderen in het basisonderwijs, in Genk om 31,4% en in Oostende om 28,9%. In de Vlaamse rand zijn anderstalige kinderen zelfs in de meerderheid in de klas: 61,9% in het basisonderwijs in Sint-Genesius-Rode, 60,7% in Machelen, 57,4% in Vilvoorde en 54,8% in Zaventem.

“Deze cijfers bewijzen dat maatregelen om de taalachterstand bij te spijkeren bij kinderen en jongeren broodnodig blijven”, zegt Celis, zelf oud-leerkracht. “Hoe vroeger we daarmee beginnen en hoe grondiger we dat doen, hoe beter voor alle leerlingen en voor de leraars.” Ze reageert dan ook tevreden op de recente goedkeuring van de verlaging van de onderwijsplichtleeftijd naar vijf jaar, vanaf het schooljaar 2020-2021. Haar partij wil ook dat de volgende Vlaamse regering taalbaden actiever aanmoedigt en ondersteunt.