Spellingslippertje

Discussies over woordenschat, spelling en hoe slecht het gesteld is met de taalkennis van onze jeugd: ik smul ervan. Net zoals ik van een bord vol lekkers smul, of van overdadig veel ijsjes. Al bekoop ik dat snoepgedrag geregeld met buikgerommel en gevloek: de verleiding weerstaan is geen optie.

Met die gebruikelijke gretigheid gooide ik me vorig weekend weer eens op een portie taalklap, in een buurtrestaurant. We zaten met drie aan tafel en gingen voor de gein voluit: dat het vroeger beter was, verdorie! Toen werden er nog punten afgetrokken voor dt-fouten! Zinsbouw was de hoeksteen van de samenleving! Wij leerden tenminste schrijven én spreken zoals het hoort!

Voor het restaurantpersoneel moet het een bijzonder amusant tafereel geweest zijn. De ober van dienst was desondanks op zijn hoede toen hij de eerste bestelling noteerde: drie taalchampetters in een zaak verwelkomen is geen eenvoudige opdracht. Je moet ze spreekwoordelijk aftasten. Maar we stelden de man gerust, beloofden dat we niet zouden bijten en bestelden een aperitief. Daarna zetten we het betoog ongegeneerd voort.

Toen het onderwerp ‘spelling’ weer ter sprake kwam, spotte ik toevallig de meest voorkomende culinaire schrijffout op het menu: slibtongen met verse frietjes. Alsof die vissen modder boven water verkiezen als biotoop. Ik toonde de flater aan mijn tafelgenoten en kreeg bijval zonder meer. Helaas moest ik schoorvoetend toegeven dat ik die taalkundige uitschuiver – een spellingslippertje, haha – jarenlang zelf had gemaakt. ‘Sliptong’ oogt als geschreven woord allesbehalve smakelijk. Het deed me als kind denken aan vis-met-een-onderbroek-aan: daar begin je niet echt bij te watertanden.

slibtongen op het menu

Gelukkig komt wijsheid, zoals grijze haren, met de jaren. Op een mooie dag las ik als tiener in een maritiem naslagwerk immers dat slip naar de sleepnetten verwijst waarmee ze die tongen vangen. Ze worden letterlijk geslipt: met een p, niet met een b. Onderbroeken komen er niet aan te pas, modder evenmin. Toen ik dat wist, had ik definitief vrede met de sliptong. Ik verorber ze sindsdien ook met veel smaak, zeker als er verse frieten naast liggen.

En toch koos ik vorig weekend principieel voor een andere, correct gespelde suggestie: gepelde vleestomaat met garnalen, frietjes en kropsla. De delicatesse werd na bestelling zorgvuldig geserveerd, met een potje huisgemaakte mayonaise. Dat artisanale extraatje hadden ze voor mijn part best op de kaart mogen vermelden, maar misschien twijfelde de chef over de spellingwijze. En deed hij het dus niet. Je weet maar nooit dat er op een mooie dag klanten langskomen die menen dat alles vroeger beter was en die afhaken bij slibtongen of mayonnaise. Een nachtmerrie, mijn gedacht!

 

Benedikte Van Eeghem is vaste columniste van vrttaal.net. Meer van haar staat op benevaneeghem.be.