Spaanse invloeden in het Merelbeekse dialect?

Het Merelbeekse dialect kent volgens taalexperte Veronique De Tier Spaanse invloeden. Zo heeft het woord voor een mooi opgedirkte heer, een ‘glis-ieëre’, een geschiedkundige oorsprong in de Balearen. En volgens burgemeester Filip Thienpont (CD&V) lijkt het Merelbeekse dialect soms ook een beetje op het Gents. Een voorbeeld daarvan is een ‘zulle’: een drempel of stoep.

Bepaalde dialectwoorden uit de streek rond Merelbeke hebben hun oorsprong in het buitenland. Veronique De Tier van het Instituut voor de Nederlandse taal legt het graag uit bij Radio 2 Oost-Vlaanderen: “Een ‘glis-ieëre’ heeft een heel verre oorsprong in de Balearen, in Mallorca.”

De Balearen

In de streek rond Merelbeke spraken ze vroeger wel eens over een ‘glis-ieëre’ of ‘gleis-ieëre’. “Een oud woord voor een opgedirkt persoon. Iemand in een mooi pak, maar totaal niet te vertrouwen.” Die betekenis zit ook in het woord zelf, legt De Tier uit: “Gleierwerk of gleiswerk is geglazuurd aardewerk: iets met een laagje eromheen, zoals het aardewerk met een mooi laagje errond. Het is een benaming voor iemand die zich anders voordoet. ‘Gleis’ in dit woord is hetzelfde als in ‘gleiswerk’ of ‘geleierwerk’, geglazuurd aardewerk.”

En de oorsprong van het woord ‘geleier’ of ‘gleier’ gaat zelfs nóg verder: “Gleierwerk is werk dat gemaakt wordt door een ‘gleier’ of een ‘galeier’, een pottenbakker, een maker van verglaasd aardewerk. De oorspronkelijke betekenis van het woord komt van een roeier van een galei, een boot. Aardewerk werd aangevoerd vanuit de Balearen, uit Mallorca, met galeien, boten dus.”

Dorst lessen met een ‘safarke’

Kinderen in de streek rond Merelbeke kregen wel eens een verfrissende limonade of een ‘safarke’: “Dat zijn die oude flesjes met een knikker erin om het flesje af te sluiten”, legt De Tier uit. Maar de oorsprong zou vanuit Gent kunnen komen: “Waarschijnlijk is het afgeleid van de familienaam Chaffart, de naam van een Gentse drankhandelaar.”

Naast een ‘safarke’, dat wel eens vanuit het Gents zou kunnen komen, heb je ook een ‘zulle’, dialect voor dorpel, drempel of stoep. Ook in Gent spreken ze wel eens van een ‘zulle’. ‘Goa mee eu poepe van de zulle, en doe keiskes an eu voete’ is bijvoorbeeld een Gentse uitdrukking waar het woord in wordt gebruikt. Het betekent: ‘Ga met je achterste van de dorpel en doe je kousen aan.’

Liever geen ‘dessinge’

Naast Gentse en blijkbaar ook Spaanse invloeden, zijn er natuurlijk nog veel andere leuke Merelbeekse dialectwoorden: een pak slaag is een ‘dessinge’. “Je moet hierbij aan dorsen denken”, legt De Tier uit. “Dorsen is de graankorrels uit de aren slaan. Het zou komen van werkwoorden zoals ‘dersen’ of ‘dessen’, dat draaien en wrijven betekent: het wrijvend stampen met de voeten, wat een oude manier van dorsen is. ‘Dessinge’, dat een pak slaag is, is daarvan afgeleid”, legt De Tier uit.

Bij een begrafenis werden wel eens ‘zantses’ uitgedeeld: bidprentjes. “Het is eigenlijk een heiligenprentje of een bidprentje. Het komt van het Latijnse woord ‘sanctus’, dat ‘heilige’ betekent”, legt De Tier uit. Maar de betekenis van het woord is later anders geworden. “In het Merelbeeks is het veranderd naar een envelopje met inhoud, zoals geld. Het prentje is dan het briefje geld dat ook een afbeelding heeft.” Ook een communieprentje hoort daarbij.

Nog een paar leuke dialectwoorden uit de streek: een ‘prette’ is een ijdele, pronkzieke vrouw, een ‘oliedots’ is een oliebol en als er veel‘arlewousse’ is, dan is er veel herrie of tumult.

Wilt u nog meer te weten komen over het Merelbeekse dialect, dan kan dat via het Merelbeeks woordenboek of de database van de Zuidelijk-Nederlandse Dialecten. Woorden die niet door de luisteraars zelf zijn aangebracht, komen uit deze bronnen.