September

bemesting

Ann De Craemer houdt niet van mensen die ‘sceptisch’ als ‘septisch’ uitspreken. Van de naslagwerken mag het. Maar die vergissen zich, vindt ze.

Als één iemand het honderd procent zeker juist moet kunnen uitspreken, dan Herman De Croo wel. Met een onloochenbare ‘k’ die alle twijfel omtrent de correcte zegswijze doet verdwijnen: ‘skeptisch’!

Het is de laatste tijd, in klimaatdebattijden, weer pijnlijk om te horen hoe er gehoereerd wordt met het meest twijfelachtige aller woorden, en dat in al zijn verschijningsvormen – sceptisch, scepticisme, sceptici. Het is een en al septiek wat de klok slaat; de spreekwoordelijke drollen vliegen je blijmoedig om de oren.

Vader De Croo kan natuurlijk dankbaar gebruikmaken van zijn aangeboren linguïstische capaciteiten. Alles wat ook maar in de buurt komt van een schuchter, schoon of schalmend woordbegin, verbastert hij gutturaal tot een kordate k: skoenveters, ’s-Kravenbrakel, skeve skaatsen, en skitterende skilderijen.

Of hij werkelijk ‘skeptisch’ dan wel ‘septisch’ tegenover de dingen staat, valt onmogelijk te achterhalen. ‘Skijn bedriegt’, zei Skopenhauer en hij keek blindelings in de zon.

Herman De Croo

Hoe het komt dat zoveel slimme mensen op radio en televisie die gênante keelslipper blijven maken, is een raadsel. De meeste woorden leert men door ze na te zeggen, en meestal zegt men de woorden na zoals ze algemeen aanvaard uitgesproken worden, denk aan ‘tafel’, ‘stoel’ en ‘polymerisatieproces’.

Alleen wordt ‘sceptisch’ slechts door een beperkte, hoogopgeleide groep gebruikt en door de helft daarvan foutief uitgesproken, wat maakt dat het woord blijvend en semi-verbasterd voortsukkelt in ons spreken.

Dat net sceptisch zo twijfelachtig wordt gebezigd, is natuurlijk amusant. De ‘twijfelende septicus’  is al even fout als het ‘soreloos gelijkspel’: woordparen die zichzelf lijken te spiegelen maar eigenlijk slechts een verbale brij vormen.

Toch verkondigen septicisten met uitgestreken gezicht hun geloof. Vaak in journaals en duidingsprogramma’s, waar ze als experts ter zake hun ‘septische’ gevoelens gewichtig uit de doeken komen doen: met veel aplomb maar zonder de noodzakelijke k’s. Kwaliteitspers verwordt zo, door een jammerlijk vergeten medeklinker, tot riooljournalistiek. 

Een vereniging die deze spraakverwarring wel koestert is SKEPP, de Studiekring voor Kritische Evaluatie van Pseudowetenschap en het Paranormale. Jaarlijks reikt ze een trofee uit aan ‘diegene die zich uitzonderlijk onkritisch heeft opgesteld en de popularisering van kennis en wetenschap totaal verkeerd heeft begrepen’, en dit door de boosdoener in kwestie in de spreekwoordelijke ‘Skeptische Put’ te duwen: een spitsvondige omkering van het serieus bedoelde septicisme, maar dan gebracht met een grote dosis ironie.

Jean-Marie Dedecker

Dit jaar wordt Jean-Marie Dedecker, omwille van zijn nogal nonsensicale klimaatopvattingen, als grootste kanshebber gezien. Al is ‘klimaatscepticisme’ misschien wel het enige woord waarbij de ergerlijke klankverdraaiing geoorloofd is. Klimaatseptici willen namelijk met onwelriekende argumenten hun gelijk halen en mogen daarom stante pede per skuif-af de beerput in.

Het is natuurlijk een vreemd pleidooi om ‘septicisme’ plots te omarmen maar als het om het zuiveren van denkbeelden gaat, is de taal onze welwillendste boetseerklei – ‘de fijand van je fijand is je friend’, zoals men in Nederland pleegt te zeggen.

Hoe dan ook, hoogste tijd om uw elitarisme te laten varen: wie vanaf heden aan scepsis denkt, denkt automatisch ook aan scampi’s, scepters, scouts en scudraketten. Doe uzelf daarom een k cadeau en stop voor eens en altijd met aarzelen. Voor de allerlaatste twijfelaars evenwel dit: de cursus kaarsrecht praten vangt dit jaar begrijpelijkerwijs in september aan.