Oude taart!

'loopse geit' in etalage

Uiteraard heb je ze de voorbije weken ook in ontvangst genomen: hartelijke wensen, mooie woorden, warme lofbetuigingen. De feelgoodfactor piekt in de eindejaarsperiode. Een mens zou bijna vergeten dat we in minder feeërieke omstandigheden geregeld verbaal van leer trekken tegen irritante medemensen en zenuwslopende situaties.

Ik vorm daar geen uitzondering op. Voor de derde keer op rij iets laten vallen in de keuken? Weer eens danig opgejut door persoon X of Y? Mijn knie tegen het dashboard gestoten bij het uitstappen? Dan is een stevige vloek of een onversneden scheldwoord het logische vervolg. In het beste geval oreer ik binnensmonds, maar bij acute stress mag de hele wereld het horen. Ik roep het F-woord en verwens die kl**e-auto. Trop is te veel.

Gek genoeg zijn er ook mensen die zulke krachttermen als teaser gebruiken. Zo viel mijn oog een poos geleden op het uitstalraam van een goed boerende kaaswinkel in Brugge. “Loopse geit!”, sprak het bordje naast een voorraad ellipsvormige gietenkaasjes.

Ik was eerst perplex, maar had vrij snel door dat die kaasboer dus ‘al scheldend klanten lokt’. Het trucje werkt behoorlijk goed. Want ook al ben je als voorbijganger eerst gechoqueerd – ‘loopse geit’ is niet bepaald een compliment – je hebt het bordje gezien én blijft op zijn minst even voor de vitrine hangen. Een vitrine vol lekkers en hartige delicatessen, die daar bijzonder vlot over de toonbank gaan.

Op het moment dat ik voorbij wandelde, had ik helaas geen hartige delicatessen nodig. Loopse geiten evenmin. Ik heb het beeld alleen gekiekt omdat het een eyecatcher is in een brave provinciestad die blaakt van trapgevels en alomtegenwoordige Gemütlichkeit. Die ‘Loopse geit!’ maakt ook dat die ietwat gefingeerde hartelijkheid en lofbetuigingen van het eindejaar, in één trek vergeten zijn. Dat is ontwapenend, hoe je ’t ook draait of keert.

Om de lieve vrede pleit ik er uiteraard niet voor om van dat schelden een nationale sport te maken. Maar stiekem vraag ik me wel af of we het bij een volgende jaarwissel aandurven: voor de gein wat creatieve krachttermen op een wenskaart schrijven. Of op het menu voor oudejaarsavond, tijdens een stemmig familiediner. Dan schaft de pot:

Gebraden kalf!
Gekookte mossel!
Bloedend rund!
Oude taart!

Met zo’n gevat jargon ben je meteen ook van ellendige culinaire verkleinwoorden verlost. En als die ene nukkige tante – Zure pruim! – vraagt waarom je in godsnaam zo’n grove taal hebt neergepend? Dan zeg je dat de plaatselijke kaasboer het ook doet en dat het hem alvast geen windeieren heeft gelegd.

 

PS: Los van dit alles, en in nette woorden: een gelukkig en gezond 2019!

 

Benedikte Van Eeghem is vaste columniste van vrttaal.net. Meer van haar staat op benevaneeghem.be.