Naamgebaar voor virologen

De virologen Marc Van Ranst en Steven Van Gucht hebben sinds kort een eigen naamgebaar in de Vlaamse Gebarentaal. Dat van Van Ranst verwijst naar de truien met een V-hals die hij vaak draagt, dat van Van Gucht naar een litteken op zijn onderlip. “Zulke naamgebaren groeien uit de doven­gemeenschap zelf”, zegt Els Demarre, VGT-tolk bij VRT NWS.

Het is u misschien al opgevallen tijdens de dagelijkse persconferenties van het Nationaal Crisiscentrum met de jongste coronacijfers in ons land: VGT-tolken die de woorden van de virologen vertalen in Vlaamse Gebarentaal. Zij hebben het sinds kort iets makkelijker om de verschillende namen te tolken, want ze hebben een eigen naamgebaar gekregen. Ook Marc Van Ranst, die uiteraard ook vaak in beeld komt in deze coronacrisis, heeft nu een naamgebaar.

Bij het naamgebaar van Van Gucht legt de tolk haar of zijn duim onder de onderlip en maakt daarbij een neerwaartse beweging, een verwijzing naar een litteken dat de viroloog op die plek heeft.

Bij het naamgebaar van Van Ranst maakt de spreker een V-gebaar op de borst, een verwijzing naar de truien met een V-hals die Van Ranst vaak draagt.

Uiterlijk kenmerk

Els Demarre is tolk Vlaamse Gebarentaal bij VRT NWS en weet meer over deze naamgebaren. “Horende mensen zoals ik mogen die niet toekennen”, zegt ze. “Ze moeten in de dovengemeenschap zelf groeien. Naamgebaren zijn meestal gebaseerd op een uiterlijk kenmerk of op een karaktertrek, maar daarvoor moet je de persoon al wat beter kennen natuurlijk. Soms is het een letterlijke verwijzing naar een familienaam of een voornaam.”

Ook de naamgebaren van Van Gucht en Van Ranst zijn organisch en recent ontstaan. “Vorige week vond een gesprek in een Facebookgroep voor doven plaats. Een dove man had een video gepost waarin hij zei dat hij met zijn vrouw over de dagelijkse persconferentie had gesproken. Zij had een gebaar voor Van Gucht gemaakt en hij vond het best goed. Daarom vroeg hij de rest van de groep wat zij ervan vonden en zo is de consensus gegroeid. Zonder vooraf overleg zijn de tolken op de persconferenties met de coronacijfers trouwens hetzelfde naamgebaar gaan gebruiken. Dat bewijst dat het goed is gekozen.”

Spellen

“Niet iedereen krijgt een naamgebaar”, zegt Els Demarre. “Het heeft veel te maken met hoe vaak iemand in de actualiteit komt. Zo hebben veel ministers een gebaar, maar parlementsleden veel minder. In ‘Het Journaal’ geven we trouwens niet altijd de naam mee. Soms houden we het bij een functie, bijvoorbeeld ‘hoogleraar’. Als iemand geen naamgebaar heeft, moeten we de naam immers spellen. Dat gebeurt letter per letter en dan verliezen we veel tijd, tijd die we soms niet hebben. Vroeger gebruikten we voor Van Ranst bijvoorbeeld vaak het gebaar voor ‘viroloog’.”

Het naamgebaar voor Van Gucht en Van Ranst is definitief. “Zelfs als Van Ranst plots geen truien met een V-hals meer zou dragen, behouden we zijn naamgebaar. Naamgebaren zijn immers erg context gebonden. Zelfs als meerdere mensen hetzelfde naamgebaar hebben, kunnen sprekers uit de context snel achterhalen om wie het precies gaat.”