Mysterieus 15e-eeuws handschrift is misschien toch geen onzin

Voynich-handschrift

Het Voynich-handschrift houdt cryptografen, taalkundigen en zelfs wiskundigen al eeuwen bezig. De ene denkt dat het grote geheimen uit een lang vervlogen tijd beschrijft, de andere denkt dat het allemaal nonsens is. Zeker is dat tot nog toe niemand erin geslaagd is de code van het boek te kraken.

Een nieuw onderzoek stelt dat er wel degelijk betekenis in de eeuwenoude tekst zit. De wetenschappers hebben er namelijk taalkundige patronen in ontdekt, al wil dat niet zeggen dat de zinnen ook betekenis hebben.

Onderzoeker Montemurro en zijn collega’s hebben statistische computer­programma’s gebruikt om de tekst te analyseren, een techniek die wel vaker gebruikt wordt bij de analyse van (dode) talen. De kans lijkt de onderzoekers erg klein dat de patronen er doelbewust in zijn verwerkt om de geloofwaardigheid van het werk te vergroten. “Kennis over dergelijke linguïstische patronen was er niet in de tijd toen het geschreven werd.”

Het Voynich-handschrift zou dateren uit de vroege jaren 1400. Het verdween eeuwenlang van de radar, tot het in 1912 opdook in een tweedehandsboekenwinkel. Het manuscript is genoemd naar Wilfrid Voynich, de Pools-Amerikaanse boekhandelaar die het boek vond.

De schrijver van het boek en de taal zijn onbekend. Ook het team dat tijdens de Tweede Wereldoorlog de Enigma-code van de nazi’s gekraakt heeft, kon het mysterieuze geheimschrift niet ontcijferen.