Matthias de Vries en de spelling-De Vries en Te Winkel

Miet Ooms

Tweehonderd jaar geleden, op 9 november 1820, werd Matthias de Vries geboren. De naam De Vries doet vooral een belletje rinkelen in combinatie met die van zijn tijdgenoot en medewerker, Lambert Allerd (L.A.) Te Winkel. Deze twee heren liggen aan de basis van het grootste woordenboek ter wereld: het Woordenboek van de Nederlandsche Taal, ofwel het WNT.

Maar voor ze aan dat huzarenstuk konden beginnen, moesten ze een praktisch probleem oplossen: er was geen eenduidig spellingsysteem voor het hele taalgebied. Daarom ontwikkelden ze er zelf een, speciaal voor het woordenboek: de spelling-De Vries en Te Winkel. Oorspronkelijk was die bedoeld als woordenboekspelling, maar uiteindelijk werd ze de eerste officiële spelling voor het hele taalgebied en de basis voor onze huidige spellingregels. Wie was deze man eigenlijk?

Matthias de Vries werd in 1820 in Haarlem geboren. Hij was de zoon van een doopsgezinde predikant, die hem al heel jong vertrouwd maakte met het Latijn. Als tiener ging hij dan ook naar de Latijnse school, de voorganger van het huidige Nederlandse gymnasium. Daarna studeerde hij in Leiden Nederlands en klassieke talen. Tijdens zijn studie werd zijn grote talent al snel duidelijk: nog voor hij afstudeerde, was hij al voor twee prijsvragen met goud bekroond. Een prijsvraag in die tijd was een onderzoeksvraag die een faculteit uitschreef voor haar studenten, die daarmee een eervolle vermelding of een medaille konden winnen. Die traditie was gangbaar van het einde van de 18de tot het midden van de 20ste eeuw. De Vries’ proefschrift, waarmee hij met de hoogste onderscheiding zijn studie voltooide, was ook een antwoord op zo’n prijsvraag én is ook met goud bekroond.

Hoewel De Vries een grote interesse had voor het Latijn, haalde zijn liefde voor het Nederlands het. Hij probeerde de taal te begrijpen en te verklaren, zowel op het vlak van letterkunde, met bijvoorbeeld een uitgave van ‘Warenar’ met verklaringen, als in de taalkunde. Zo had hij de gewoonte om de herkomst te verklaren van elke plaats waar hij kwam. We kunnen hem zeker beschouwen als de grondlegger van de Nederlandse filologie.

In 1849 werd De Vries hoogleraar Nederlands en geschiedenis in Groningen. Drie jaar later verruilde hij Groningen voor zijn eigen alma mater, de universiteit van Leiden. Hij stond er bekend als een gedreven, welsprekende docent die heel populair is bij zijn studenten. Nog tijdens zijn Groningse periode kreeg hij de opdracht om een redactie te vormen voor een ‘Woordenboek der Nederlandsche Taal’ ofwel het WNT, naar het voorbeeld van het ambitieuze ‘Deutsches Wörterbuch’ van de gebroeders Grimm. Dat woordenboek moest de ‘eenheid van taal in Noord en Zuid’ concreet gestalte geven, een idee dat in de negentiende eeuw sterk leefde.

Het WNT was van in het prille begin opgezet als een prescriptief woordenboek: het moest de woordenschat omvatten die als algemeen beschaafd en correct Nederlands gold. In de praktijk werd al snel duidelijk dat deze richtlijn veel te strikt is. De redactie richtte zich nog steeds in de eerste plaats op algemeen Nederlands, maar nam ook woorden op die een beperktere geografische verspreiding kennen. Hierdoor is het WNT nog steeds het uitgebreidste beschrijvende historische woordenboek van de wereld.

Hoewel De Vries al in 1851 de opdracht aanvaardde om het WNT samen te stellen, is het eerste deel pas in 1864 verschenen. Voor team-De Vries eraan kon beginnen, moest het eerst uitmaken in welke spelling ze het zouden schrijven. Er waren op dat moment immers twee spellingsystemen parallel met elkaar in gebruik: Siegenbeek in het noorden en de Commissiespelling in het zuiden. Daarnaast waren er nog enkele andere kleinere systeempjes. Dat had natuurlijk gevolgen voor de alfabetische ordening. Een voorbeeldje: als je de spelling met dubbele ‘oo’ en ‘ee’ hanteert, zoals in de Commissiespelling, komt het woord ‘zooals’ alfabetisch na ‘zode’. In de spelling-Siegenbeek, waar je die dubbele ‘oo’ en ‘ee’ in open lettergreep niet hebt, staat ‘zoals’ voor ‘zode’.

Omdat elk systeem zijn verdedigers had en De Vries de kerk in het midden wilde houden, ontwierp hij zelf een spelling specifiek voor het woordenboek. Of beter: hij gaf zijn redacteur Te Winkel de opdracht dat doen. Het resultaat is een mix van de belangrijkste bestaande spellingsystemen: de spelling-Siegenbeek, de Commissiespelling en een systeem op basis van de regels van Bilderdijk, de bekendste criticus van Siegenbeek.

In 1863 verscheen ‘ De grondbeginselen der Nederlandsche spelling. Ontwerp der spelling voor het aanstaande Nederlandsch Woordenboek’, in 1866 volgde de ‘Woordenlijst voor de spelling der Nederlandsche taal’. Die laatste publicatie was een lijst van twijfelgevallen en woorden met een moeilijke spelling, bedoeld voor het brede publiek. Het is in feite de voorloper van onze huidige Woordenlijst.

Al snel werd duidelijk dat dit spellingsysteem tegemoetkomt aan een behoefte aan beide zijden van de landsgrens: België nam het systeem vrijwel meteen over als officiële spelling, Nederland ruilde in 1882 zijn spelling-Siegenbeek in voor de spelling-De Vries en Te Winkel. Op dat ogenblik was de officiële spelling voor het eerst helemaal hetzelfde in het hele Nederlandse taalgebied.

Maar zoals dat gaat met spellingsystemen was lang niet iedereen even enthousiast over het systeem van De Vries en Te Winkel. Dat leidde via enkele omwegen en een tijdje twee aparte spellingsystemen tot de spellinghervorming van 1948. Toch kunnen we stellen dat die spelling en bijgevolg ook de huidige van 1995 bijzonder schatplichtig zijn aan het systeem van De Vries en Te Winkel.

Matthias de Vries heeft dus een niet te onderschatten invloed gehad op ons hedendaagse Nederlands en op de huidige neerlandistiek. Hij heeft filologisch onderzoek op de kaart gezet, de eerste redactie voor het WNT opgericht, meegewerkt aan de eerste afleveringen van dat woordenboek en hij heeft een spellingsysteem laten ontwikkelen dat de basis zou worden voor onze huidige spelling. Het spellingsysteem zelf is wel grotendeels de verdienste van Te Winkel, die hij hiervoor in dienst had genomen.

Matthias de Vries is op 9 augustus 1892 overleden. Hij is net geen 72 geworden.

Matthias de Vries
Plaquette op Rapenburg 68 in Leiden.