Martine Tanghe wint Grote Prijs Jan Wauters

Martine Tanghe is na afloop van haar laatste journaaluitzending uitgeroepen tot winnaar van de negende Grote Prijs Jan Wauters. Het journaalanker van VRT NWS is de favoriete taalvirtuoos van de jury.

De Grote Prijs Jan Wauters bekroont elk jaar een Nederlandstalige mediapersoonlijkheid “die excelleert in het gebruik van het Nederlands, en van wie het taalgebruik getuigt van een uitstekende taalbeheersing en een grote creativiteit”. Met deze prijs wil de VRT de nagedachtenis aan een van haar grootste taalvirtuozen, sportverslaggever Jan Wauters, levend houden. De prijs wordt normaal gezien uitgereikt op de VRT-taalavond, die dit jaar door de coronacrisis niet kon plaatsvinden.

Dit jaar gaat de Grote Prijs Jan Wauters naar Martine Tanghe, die op maandagavond 30 november haar laatste journaal heeft gepresenteerd. Daarna gaat ze met pensioen. Martine was 42 jaar lang een vaste waarde van het Journaal en VRT NWS. De jury van de Grote Prijs Jan Wauters heeft unaniem beslist om haar te belonen, te bekronen en te bedanken voor haar uitmuntend en helder taalgebruik én haar jarenlange inzet voor het Standaardnederlands. Martine is erin geslaagd om een breed publiek aan te spreken en nieuws helder, begrijpelijk en laagdrempelig over te brengen.

“Een heel leven in dienst van warme, correcte, verzorgde en toch levende taal voor een breed publiek. Slechts één nieuwsanker heeft zo weinig woorden nodig om alles te kunnen zeggen; en wel omdat Martine met haar ogen kan spreken”, aldus een eensgezinde jury. “Kijkers kunnen de ziel van Martine lezen, vanuit het diepste van haar ogen. In alle jaren van de Grote Prijs Jan Wauters was Martine telkens de ontegensprekelijke toetssteen. Eindelijk wint Martine …”

Als prijs ontvangt Martine een sculptuur van de Belgische multimediale kunstenaar Katrin Deconinck (°1970). Het steengoedkleien beeldje van een lezende vrouw heet ‘Identiteit’ en is 75 cm hoog.

Kunsthistoricus-curator Sofie Crabbé schrijft over het werk van Katrin: “De geboetseerde lijven zijn vaak voorovergebogen, in zichzelf teruggeplooid of geharnast tegen een buitenwereld. Sommige hebben gesloten ogen of houden de handen over de oren - alsof ze zich even willen afzonderen van prikkels of een verlangen koesteren om zichzelf weg te cijferen, om even te verdwijnen. Steeds is er een onderhuidse spanning voelbaar.” De taal van Katrin vertoont verrassend veel overeenkomsten met die van Martine.

Het beeldje 'Identiteit'