Lentewoorden in Oost-Vlaamse dialecten

De lente is voelbaar in de lucht en veel mensen maken hun tuin, of ‘lochting’, klaar voor de komende maanden. Misschien wil je binnen een paar maanden nieuwe aardappelen, of ‘nieuwe patotters’, of zelfs ‘eestelingen’. Hoe je het ook noemt, of welk dialect je ook spreekt, sommige woorden hebben een een lang verleden, zegt Veronique De Tier van het Instituut van de Nederlandse taal.

Ze hangt al een beetje in de lucht, de lente. De vogeltjes fluiten en bouwen lustig een nestje voor hun nakomelingen. Komend weekend belooft ook zonnig te worden met zachte temperaturen tot 18 graden. De ideale dagen dus om misschien al te zaaien en je tuin klaar te maken voor de komende lentemaanden. In de Oost-Vlaamse dialecten zijn er veel leuke woorden te vinden die te maken hebben met alles wat lente is, fruit en groenten: ‘penjunkel’ (spitskool), ‘eirebeezen’ (aardbeien) en ‘sekreikruid’ (witloof) om er maar een paar te noemen.

Perselle en porei

Veronique De Tier van het Instituut voor de Nederlandse Taal: “In Oost-Vlaanderen wordt het woord ‘perselle’ het meest gebruikt voor peterselie. Maar ook ‘persellie’ en ‘persille’ worden vaak gebruikt. In het Waasland zeggen ze ‘pieterselie’.” De oorsprong van het woord ligt in de klassieke talen. “Het woord ‘peterselie’ stamt uit het Grieks en is via het Latijn ook in onze taal terechtgekomen. Je ziet er de stam ‘petra’ in. Dat betekent rots. Peterselie betekent letterlijk steenselderij.”

In de Oost-Vlaamse dialecten worden woorden vaak ingekort en bepaalde klanken vallen gemakkelijk weg, zegt De Tier: “In het Middelnederlands zeiden ze ‘porei’, maar de o is weggevallen en alleen ‘prei’ blijft over.”

Lochting of looktuin

Vaak lijken de woorden nog wel op het origineel, maar heel soms lijkt er totaal geen verband meer te zijn tussen het dialectwoord en het origineel, zoals bij ‘lochting’ en ‘tuin’. Maar niets is minder waar in dit geval. De Tier: “Het woord ‘lochting’ heeft alles te maken met de tuin, want ‘lochting’ is een samenstelling van ‘look’ en ‘tuin’. De tuin is nu de plaats waar we groenten telen, maar vroeger was de tuin de omheining rond de plaats waar dat werd gedaan. Look is voor ons nu knoflook, maar vroeger was ‘look’ een verzamelnaam voor bijvoorbeeld prei en uien. De ‘looktuin’ was dus de omheinde plek waar je groenten kweekt.”

En wat met de ‘kabuis’? Dat woord komt uit het Frans, zegt De Tier: “Dat komt van ‘chou cabus’, kool dus. Dat komt ook uit het Latijn, als je ver teruggaat.”

Dus komend weekend kan je al beginnen denken om ‘toatn’ te planten en ‘adjoens en karootn’. En we zetten komend weekend misschien ook wel de ramen open: “We goan de jaloezieën (de horren) weer in de vensters kunnen steken.”