Laudatio voor Martine Tanghe

Beste Martine, geëerde laureate,

2020 is geen jaar als een ander, niet voor het grote publiek, niet voor de jury van de Grote Prijs Jan Wauters, en al helemaal niet voor jou, Martine. Eind vandaag verdwijn je van het scherm. Na ruim 40 jaar is het einde verhaal voor de VRT-journaliste en jarenlang nieuwsanker - met een voorkeur voor het 7 uur-Journaal. We zullen dat vertrouwde kopje missen en de stem die erbij hoorde: het licht nasale geluid, die vlekkeloze articulatie, dat heldere en hedendaagse taalgebruik. Spreken om verstaan te worden. Reden genoeg dus voor de jury om je - eindelijk - te huldigen als toonbeeld par excellence van een soepel, correct en toch zeer persoonlijk, eigen, taalgebruik.

Die liefde voor taal ontwaakte al vroeg, op school al, maar serieus werd de relatie pas toen het Kortrijkse bakvisje - bakvisjes had je toen nog - naar Leuven verkaste voor een studie Germaanse talen - die had je ook nog, toen … Daar, in die nieuwe omgeving, overkwam haar, naar eigen zeggen, het schokkend inzicht hoe “ongeriefd van woorden” zij toch was.

Een Saulus-Paulus-moment moet dat geweest zijn, Martine, van je paard gebliksemd door dat besef te kort te schieten, en tegelijk die drang om daar iets aan te doen. “Du mußt dein Leben ändern”, die Rilke-regel ken je wel. Je leven veranderen, omgooien? Je begon alvast met die tekortschietende taalkennis aan te pakken.

En je bent ervoor gegaan, voor dat meesterschap over de eigen taal. Resoluut gekozen voor het verkennen en verfijnen van haar mogelijkheden, geleerd de listen en lagen van grammatica en syntaxis te ontwijken, nooit meer onbedachtzaam beeldspraak te gebruiken of ander taalgoed te verhaspelen. En die taalscholing door te zetten, alle dagen van je leven.

Niet om te imponeren, niet om de buitenwacht af te schrikken, maar omdat je dat meesterschap nodig hebt om je inzichten, ervaringen en gevoelens juist en scherp te formuleren voor jezelf en voor je luisterend of kijkend publiek. En voor jezelf, Martine, om voor jezelf helderheid te scheppen als twijfel of verwarring en erger toeslaat. Dan is taal ook een reddingsboei.

De taal leren, doe je ook met anderen, van anderen. Je boetseerde dat natuurlijke talent van jou aan de toen, jaren zeventig-tachtig, geldende voorbeelden, in Nederland met name, waar praten en schrijven in de eigen taal wel aangeboren leek en iedere ‘Hollander’ speelde, dolde met de norm. Wat genoot je van Koot en Bie, van Drs P., van het Nederlands van VPRO en Vara, maar evengoed van de populaire praatshows, de spitse dialogen van het cabaret en van de liedjesteksten van Boudewijn, Ramses en Liesbet en de foute-stoute liedjes van onder anderen Drs P. En vergeet niet te lezen: de Grote Drie, en jongere garde, ook de Vlaamse, die zoals jij het métier van hen hadden afgekeken.

Hun Nederlands boog je om tot jouw eigen instrument, en zo, sterk gebekt, taalzeker en zelfverzekerd vond je je plek in medialand. Iedereen verrast door dat nieuwe geluid, dat vrijuit meningen ventileren, dat toen nog on-Vlaams, beetje brutaal jezelf presenteren. Opmerkelijk in die dagen, en dan ook opgemerkt, geprezen en geprijsd, in Nederland met de Groenmanprijs voor goed en creatief taalgebruik, de eerste keer dat die eer een Vlaming te beurt viel! Later zou nog een passage in het Groot Dictee volgen, waar je niet alleen goed scoorde, maar jaren lang het gebeuren mee presenteerde. Toen was je reputatie allang gemaakt. Spreken zoals Martine was wat we allemaal wilden.

De Tanghe-taalnorm was een feit.

Zelf, Martine, wou je al snel af van die verenging. Het ging je allang niet meer alleen om de norm of de vorm, vorm en inhoud zijn één, en waar je voor staat, daar komt het op aan. Martine was van de wereld, en de wereld van Martine, zong Vos. En wat je daar buiten de eigen bubbel zag, beviel je vaak niet, deed je ogen vlammen, je voorhoofd fronsen. Tong uit de mond, de taal achterna, maakte jij je stem dik voor al wie dreigde geplet te worden tussen de bladen van het geschiedenisboek of de zondagskrant.

Maar die toon beviel niet iedereen die boven je fraaie hoofdje de lakens uitdeelt. Er kwam gedoe van, weet je nog, boze brieven, standjes van bobo’s en ook wel wat kritiek in eigen kring. Zo van: Ho, ho, meiske, mooi ogen, keurig spreken, bravo, hier spreekt men nog altijd Nederlands, met Annie en Fons - maar je scherpe tong uitsteken, daar ben je niet voor ingehuurd.

Ach wat, zei Martine, dan hoeft het niet voor mij, en weg was ze, met manlief er vandoor, een sabbatical year ingelast, ongezien en ongehoord, in die dagen. Ajuus, en sail away! Verloren voor de publieke zaak? Welnee, een jaar is geen leven, en niets staat die levenslange trouw aan het instituut in de weg. De VRT haalt haar terug, naar het huis van vertrouwen en een bestaan dat ze blijft omarmen, loyaal maar niet kritiekloos.

Een rode draad, neen, twee rode draden, innig met elkaar vervlochten lopen zo door die 40-jarige carrière: de liefde voor de taal, als een betrouwbaar instrument, en de betrokkenheid op de wereld buiten de studio en het scherm. Kleine stembuigingen suggereren je ontstemming met een bericht. Een frons tussen je schrandere ogen betekent afkeer en begrip tegelijk voor de deplorables van Hillary Clinton, vals bemind, verleid en misleid door de engerds en naarlingen van deze planeet. Helaas, ook zij zijn van deze wereld en de wereld is van hen. Denken ze.

Goed dat journalisten zoals jij, Martine, tegendenken, met factchecks en met relevant onderzoek de waarheid van de hoax scheiden.

Om 7 uur is Martine ons anker!

“Martine, Martine, hoe kan ik je hart verdienen …”, neuriën wij wel eens als je nu wat grijzer geworden coupe garçonne op de treurbuis verschijnt. Ik ben niet de makelaar uit Schagen, noch heb ik de stem van Louis Neefs. Maar heel even mag ik de tolk zijn van een paar miljoen Vlamingen en van alle juryleden van de Prijs die je unaniem, bij dezen, hebben verkozen tot laureaat van dit rare jaar 2020, omdat je dit jaar die Prijs verdiende, en alle vorige jaren ook. Het is voor de gelegenheid de prijs geworden voor ‘a lifetime achievement’. Een carrièreprijs voor een vrouw die helemaal geen carrière wou!

Martine Tanghe en Jan Wauters
Martine Tanghe en Jan Wauters bij Klara naar aanleiding van 50 jaar Tom Lanoye in 2008.  © VRT

 

Thérèse Wauters leest een ingekorte versie van de laudatio voor.