Klimaatverandering? Noem het klimaatcrisis

OPINIE — Klimaatverandering? Communicatiestrateeg Peter Verbiest vindt dat we beter spreken over ‘klimaatcrisis’. Ook woorden zoals ‘klimaatmaatregelen’ en ‘klimaatplan’ ziet hij liever anders. “We moeten een nieuwe taal gaan hanteren die nieuwe frames oproept” zegt hij in zijn column. “En die taal zal meehelpen om mensen in beweging te zetten.” Want woorden zijn de voorloper van handelen.

Ik keek enkele weken geleden geboeid naar ‘The Decade of Action’, een documentaire van Wim Vermeulen en Bart Lombaerts. De documentaire brengt internationaal gerenommeerde duurzaamheidsdenkers voor de camera. Knap gemaakt met een sterke boodschap. Het viel me op dat zowel Paul Pohlman (ex-CEO van Unilever) en Pia Heidenmark Cook (de chief sustainability officer van IKEA) het hadden over ‘climate change’, klimaatverandering. Op Radio 1 gebruikte Freek de Jonge de term enkele dagen later opnieuw.

Het werd me nadien duidelijk dat in elk klimaatgesprek ‘klimaatverandering’ hét woord is dat meermaals valt. En niet zomaar een woord. Klimaatverandering is een frame.

U gaat vast al in een kramp wanneer u het woord ‘frame’ hoort. Maar George Lakoff, een Amerikaanse cognitieve linguïst, schreef in zijn baanbrekende bestseller ‘Don’t think of an Elephant’ (2004) dat het gebruik van frames gewoon des mensen is. Er is op zich niets fout mee. Framing betekent niet dat je een alternatieve werkelijkheid gaat creëren.

Als we willen uitdrukken waarin we geloven, gebruiken we mentale structuren en ideeën om die mening krachtig en helder over te brengen. Die ideeën zijn frames. We gebruiken taal om die frames te activeren. ‘Klimaatverandering’ is zo’n frame, ‘klimaatcrisis’ ook. Beide frames roepen direct een hele wereld op, geven aan hoe je naar die wereld kijkt, hoe het ervoor staat, waar je naartoe wil. Pas als framing niet meer klopt met de waarheid, en het dus spinnen of propaganda wordt, is er een probleem.

De term ‘klimaatverandering’ is wat mij betreft in die zin toch een beetje een spin (en dus geen frame) als je de historiek ervan kent. ‘Climate change’ werd in 2011 gelanceerd door de Amerikaanse Republikeinse spindokter Luntz om de term ‘global warning’ te vervangen, het klimaatdebat te de-emotionaliseren en te negeren. Het woord ‘klimaatverandering’ klinkt heel feitelijk: het draagt geen enkele emotie in zich. Het roept ook geen alarmerende toestand op: het feit dat het woord ‘klimaat’ in combinatie met ‘verandering’ wordt gebruikt, suggereert dat die verandering erg geleidelijk gaat.

Maar klimaatverandering is al lang geen voorspelling meer. Wetenschappers wereldwijd zijn het eens over de ernst van het klimaatprobleem en hun projecties tonen aan wat er zal gebeuren als we ons gedrag niet onwaarschijnlijk snel veranderen. Mijn standpunt: we weten eigenlijk waar we naartoe moeten, maar de bestaande frames helpen ons niet verder. We moeten een nieuwe taal gaan hanteren die nieuwe frames oproept. En die taal zal meehelpen om mensen in beweging te zetten.

Een eerste stap moet zijn om ‘klimaatverandering’ definitief te vervangen door ‘klimaatcrisis’. Maar dat is niet voldoende. Onderzoekers van Spark Neuro, een Amerikaans bedrijf gespecialiseerd in neurowetenschappelijk onderzoek, deden in 2019 een experiment naar de impact van taal in het klimaatdebat. Hun vaststellingen: ‘klimaatverandering’ en ‘globale opwarming’ brengen niets (meer) teweeg bij mensen. Krachtige woorden zoals ‘klimaatcrisis’ en ‘klimaatcatastrofe’ zijn nodig om de aandacht van de zwijgende meerderheid te trekken en de nodige bezorgdheid te creëren, maar zetten niet aan tot actie en creëren geen engagement. De aanbeveling van de onderzoekers: ga op zoek naar andere woorden, andere frames om mensen in actie te laten komen, woorden waarmee we emotioneel kunnen verbinden.

Welke woorden dan, welke frames? Lakoff beschreef hoe onze kijk op het gezin een belangrijke bron kan zijn voor het vinden van motiverende frames. Een gezin is iets wat we kennen, wat direct bepaalde waarden en woorden oproept. Het type gezin dat hier ter zake doet, beschrijft hij als ‘het gezin van de zorgende en de verzorgende ouders’. Zorg, hulp, verantwoordelijkheid en bescherming voor het eigen gezin én de buitenwereld, worden door die gezinnen als krachtige, motiverende woorden en waarden ervaren.

Als we nu de woorden en waarden van het verzorgende gezin toepassen op de klimaatproblematiek, komen we tot een heel nieuwe set van woorden en frames.

klimaatactie

Een voorzet:

Praat niet over ‘klimaatactie’, maar over ‘het nemen van klimaatverantwoordelijkheid’, een verantwoordelijkheid die je neemt voor jezelf, voor je familie en de gemeenschap. Klimaatverantwoordelijkheid opnemen vereist inzicht en kracht: de kracht om voor jezelf en anderen te zorgen. Het vereist bovendien competentie en effectiviteit. Het is dus motiverend. En: niets doen zou gewoon onverantwoordelijk zijn.

Praat niet over ‘klimaatmaatregelen’ maar over ‘klimaatredding’ of over ‘klimaathulp’. Beide woorden vertrekken van een juiste inschatting van de urgentie van de situatie. Beide woorden roepen een wereld op van bescherming, van krachtige, urgente zorg. Zowel redding als hulp zijn bovendien emotionele woorden die velen in het hart dragen, én die oproepen tot actie.

Praat niet over een ‘klimaatplan’, maar over het creëren van een ‘Groene Buffer’. ‘Buffer’ suggereert dat er een bedreiging is waarvoor urgente actie nodig is om ons, mensen, te beschermen. ‘Buffer’ geeft ook aan dat je als mens kan ingrijpen: wij kunnen die buffer bouwen. ‘Groene Buffer’ geeft daarbij de rol van ‘vergroening’ aan.

Praat niet over ‘een duurzame samenleving’, maar over ‘de Groene Welvaart’. ‘Welvaart’ verwijst naar een bloeiende economie. Dat is mogelijk door in te zetten op een groenere samenleving.

Praat niet langer over ‘duurzame’ bedrijven, maar over ‘impactbedrijven’. ‘Duurzaam’ is een breed, weinig motiverend begrip. ‘Impactbedrijven’ toont de bijdrage van die bedrijven, het zet hen vooraan in het peloton, en terecht. En welk bedrijf wil nu geen impact?

Het lijken maar kleine taalingrepen. Maar met deze wijzigingen creëer je frames die de verbinding leggen tussen hoofd en hart, tussen ratio en emotie, tussen strijdvaardigheid en gevoeligheid.

En als die motiverende frames er zijn, dan moeten we ze met z’n allen beginnen te gebruiken. En opnieuw en opnieuw. Want woorden zijn de voorloper van handelen. En uiteindelijk worden woorden daden.

 

Peter Verbiest,
Communicatiestrateeg voor maatschappelijke gedragsverandering
Bonka Circus