Kletsen op de blote poep

ouderwetse billenkoek

Ik beken: ook bij ons thuis verloopt driekwart van de communicatie tegenwoordig digitaal. Afspraken maak ik doorgaans via Facebookmessenger of WhatsApp, om ze daarna nog eens definitief in een vintage papieren agenda te noteren. Dat laatste bewijst uiteraard dat ik ouder word en een hang heb naar tijden waarin pen en papier de norm waren. De kinderen lachen er al eens om, maar ik stoor me er niet aan. Dingen van weleer hebben hun nut, beste lezer. Net zoals correct taalgebruik.

Criticasters en taalchampetters ergeren zich anno 2019 nog steeds blauw aan de taalverloedering. Het toeval wil dat ik – volgens een taaltest die Radio 1 in 2016 op de bevolking losliet – zo’n gevreesde champetter ben. Bijgevolg ga ik vrolijk tekeer als de kroost zondigt tegen de dt-regels. Mijn credo luidt dat ook ‘digital natives’ die meer ‘swipen’ dan schrijven, hun taal moeten verzorgen. Digitale communicatie vormt daar geen uitzondering op. Het gebroed mag dus een discrete uitbrander verwachten als ze zondigen tegen elementaire grammatica.

Zo ontving ik niet gek lang geleden een sms’je van de dochter. Ze is elf, taalvaardig en vertelde mij dat ze met papa uit zou gaan eten. ‘Laat het smaken!’, sms’te ik enthousiast. Waarop ze terugstuurde:

“Dat zeker wel ook al weten we nog niet welk soort restaurant het word.”

Toen het bericht binnenkwam, werkte dat laatste woord op mijn taalchampetterbrein als een rode lap op een stier. ‘Het wordt’: dat is de derde persoon enkelvoud. Daar hoort een -t te staan na de stam van het werkwoord. Ook al wou ik het nakende culinair genot van dochterlief niet bederven, ik heb mijn standpunt per kerende duidelijk gemaakt op een bedje van hysterie, afgewerkt met iets te veel uitroepingstekens.

En weet u wat? De tactiek werkte. Excuses volgden vrij snel. Dochterlief voegde er nog een schaapachtig ‘hihi’ aan toe ter verzachting van de zeden. Terwijl ze diep in haar binnenste vast gedacht moet hebben: daar gáát ze weer, die ouwe zaag van een moeder.

Gelukkig drijven ouwe zagen het conflict niet nodeloos op de spits. Ik schonk haar enkel nog wat ‘kletsen op de blote poep’ ter afronding. Direct na verzending besefte ik wel dat je met zo’n zinnetje eigenlijk alleen in Vlaanderen wegkomt. Onze noorderburen zouden het interpreteren als: tateren op de blote stront. In zo’n geval is nakend culinair genot hoegenaamd niet meer aan de orde, welk restaurant het ook wordt.

screenshot van chatgesprek

Benedikte Van Eeghem is vaste columniste van vrttaal.net. Meer van haar staat op benevaneeghem.be.