Is het nu ‘beter dan’ of ‘beter als’?

“Nooit had ik een betere vriend als Benjamin”, zong Louis Neefs. Is dat nu juist of fout? Je zou denken dat het fout is en dat het “dan Benjamin” moet zijn. Maar volgens de nieuwe versie van de Algemene Nederlandse Spraakkunst (ANS) - die enkele dagen geleden is voorgesteld - zijn ‘dan’ en ‘als’ evenwaardig. “In grammatica is het vaak geen kwestie van juist of fout”, klinkt het bij linguïst Timothy Colleman (UGent) in ‘Nieuwe feiten’ op Radio 1.

Nadat enkele dagen geleden de discussie over die (voor velen) vervelende dt-regel weer oplaaide, versoepelt de nieuwe versie van de Algemene Nederlandse Spraakkunst nu wel andere eeuwenoude grammaticale regels. Zo mag je voortaan bijvoorbeeld zeggen dat je nooit een betere vriend als Benjamin had.

“Versoepelen is een groot woord”, zegt Colleman. “Ook in de tweede editie, uit 1997, zijn we over zulke kwesties eigenlijk al vrij genuanceerd. In de praktijk komen beide varianten al heel erg lang voor. Taalkundig gezien kan je dan ook niet zeggen dat het ene beter is dan het andere. Een grammatica die de realiteit van het taalgebruik goed wil beschrijven, moet de gebruiker informeren dat beide constructies kunnen.”

Maar toch moeten we wel opletten volgens Colleman. “Er zijn mensen die die regel wél heel belangrijk vinden. Als je geen risico wil nemen in bepaalde situaties, kun je daar maar beter rekening mee houden. Daarvoor willen we wel waarschuwen.”

Maar ook andere grammaticale regels gaan op de schop. Zo kan je nu ook zeggen dat iemand ‘een hele grote neus’ heeft in plaats van een ‘een heel grote neus’. “De traditionele grammaticale regel zegt dat je bijwoorden nooit mag verbuigen”, vertelt Colleman. “Maar in de praktijk hoor je al eeuwen ‘een hele grote neus’. Daar is niets verkeerd mee. Sommige bijwoorden kan je perfect verbuigen, maar dat is niet overal het geval. ‘Een erge vriendelijke jongen’ klinkt bijvoorbeeld heel vreemd.”

In grammatica is het vaak geen kwestie van juist of fout, concludeert Colleman. “Heel vaak is het zo dat je voor dezelfde inhoud twee of drie verschillende grammaticale constructies hebt, die je in verschillende omstandigheden kan gebruiken.”

“Vooral in Vlaanderen denken we namelijk nog vaak dat we enkel Standaardnederlands mogen gebruiken in formele situaties. Maar we kunnen ons ook wat informeler uitdrukken in Standaardnederlands en dan kunnen we ook vormen gebruiken die we misschien niet zouden gebruiken als we een formele tekst zouden schrijven”, aldus Colleman.

Een belangrijke nuance op die nieuwe versoepelingen is dat in de ANS staat beschréven hoe de Nederlandse taal nu gebruikt wordt en niet hoe ze gebruikt móét worden, zegt VRT-taaladviseur Ruud Hendrickx. “Het onderscheid tussen ‘als’ en ‘dan’ is honderden jaren oud. Ze hebben toen een boek gemaakt dat bepaalde hoe het Nederlands zou moeten werken. Die regels zijn toen verzonnen. Het verschil met de ANS van vandaag is dat die laatste de taal beschrijft.”

Maar juist omdat het onderscheid tussen ‘als’ en ‘dan’ verzonnen is, krijg je het niet zomaar met de paplepel mee, volgens Hendrickx. Leerlingen leren het wel op school, maar vinden het niet meteen terug in de levende taal.

“De ANS zegt dat er verschillende soorten Nederlands bestaan”, aldus Hendrickx. “In de informele taal is het onderscheid tussen ‘als’ en ‘dan’ niet altijd aanwezig. Als je dat onderscheid toch wilt maken, doe gerust. In artikelen en boeken kun je de regel van het onderscheid beter wel toepassen, maar dat is iets helemaal anders dan een informele babbel.”