Hoe het danst

Het is nog januari, dus terugblikken op het voorbije jaar is nog geoorloofd. Over taal in 2019 heb ik maar weinig lijstjes zien passeren, dus kwijt ik me met alle plezier van deze taak. Wat heeft me in 2019 blij, droevig of kwaad gestemd over het Nederlands?

  • Het is niet netjes om eerst bij jezelf te beginnen, maar laat ik dat toch maar doen: 2019 was het jaar waarin ik na mijn depressie aan een nieuw boek ben begonnen en ten volle de vreugde van het schrijven – ‘formuleerlust’, zoals Bavo Claes het ooit prachtig verwoordde – heb teruggevonden.
    Tijdens mijn ziekte galoppeerde de taal verder zonder mij, maar nu heb ik haar weer bij de teugels kunnen grijpen. Niets heeft me het voorbije jaar gelukkiger gemaakt.
  • Er is een taalverandering die zich in 2019 ten volle heeft doorgezet. Ik word er in mijn mailbox elke dag mee geconfronteerd. ‘Wat wil je kijken, Ann De Craemer?’, vraagt Netflix me. Wat is er gebeurd met het woord ‘naar’? Ik heb altijd geleerd, en zo voelt het als Nederlandstalige ook volstrekt natuurlijk aan, dat men zegt: ‘naar wat wil je kijken?’
    Zoals bij veel taalveranderingen denk ik dat we voor deze nieuwigheid naar onze noorderburen moeten kijken, waar ik het eerder al hoorde. Behoort inmiddels, en zeker in Nederland, ook tot het standaardtaalgebruik: ‘Wat ben je aan het luisteren?’ Ik heb medelijden met het woordje ‘naar’: na lange tijd ontdaan van zijn vaste compagnons ‘kijken’ en ‘luisteren’.
    Uit steun voor ‘naar’ zal je mij in elk geval nooit ‘Ik kijk Netflix’ horen zeggen. Doe ik dat toch, dan mag u mij zonder spijt naar de taalstrafbank leiden.
  • Ik hoorde in 2019 veel klachten over de verengelsing van vooral ons hoger onderwijs. Ik voel me niet onderlegd genoeg om daarover een gefundeerde mening te geven, maar wil er wel dit over kwijt: wie denkt dat het Nederlands zal verdwijnen omdat er aan onze universiteiten en hogescholen vaker in het Engels wordt lesgegeven, onderschat schromelijk de kracht van het Nederlands. Het Nederlands heeft al voor hetere vuren gestaan, zoals de nog veel grotere invloed van het Frans. Zolang het Nederlands de taal blijft waarmee in Vlaanderen en Nederland ouders hun kinderen opvoeden, is er geen reden tot paniek.
  • Wat me taalkundig wist te verrassen, was een van de populairste Nederlandstalige liedjes van 2019, ‘Hoe het danst’ van Marco Borsato, Armin Van Buren en Davina Michelle. ‘Hoe het danst’?, dacht ik de eerste keer toen ik het lied hoorde. Volledige zin: ‘Ga maar kijken hoe het danst zonder mij’. ‘Hoe iets loopt’, dat kennen we, maar hoe het danst? Nieuwe, vreemde constructie, maar wel een die iedereen begrijpt, en veel compacter dan ‘Ga maar kijken hoe het voelt om te dansen zonder mij’.
     

    Bij zowel ‘Wat wil je kijken’ als ‘hoe het danst’ gaat het effectief om compacter taalgebruik, en dan komt mijn helaas overleden professor Nederlandse taalkunde Johan Taeldeman (UGent) me voor de geest: ‘Elke taal, dames en heren, streeft naar economiciteit: als iets eenvoudiger kan uitgedrukt worden, zal dat uiteindelijk ook gebeuren’ – en als voorbeeld gaf hij het wegvallen van de naamvallen in het Nederlands.

Voor 2020 wens ik u, geachte taalgebruiker, veel momenten waarop u kunt ervaren hoe het danst met uw geliefde, en veel onvergetelijke landschappen die u kunt kijken. Maar bovenal: veel onuitputtelijk taalplezier!

 

Ann De Craemer is vaste columniste van vrttaal.net. Meer van haar staat op anndecraemer.be.