Het sudokumeisje

We zitten op de trein, enkele rit richting hoofdstad. Ik zit rechts van de middengang, zij zit links. Ze ligt met een woordensudoku in de clinch. Ze laat haar potlood over het blad zweven en zoekt synoniemen, maar het hoofd werkt niet mee.

Ze zucht en port de vriendin naast haar. Hoopt dat zij de woordenbrij kan helpen ontrafelen. Op dit moment struikelt ze over ‘esdoorn’.

“Een synoniem, vijf letters”, zegt ze tegen haar reisgenote. “Alsof er een fokking synoniem voor die boom bestaat!”

“Ahorn”, zegt de vriendin.

Het meisje valt stil. Daarna volgt een “owww” en “nou, dat wist ik niet”.

Het duiveltje in mijn hoofd fluistert dat niet iedereen op de eerste rij stond toen het nuchter verstand werd uitgedeeld, maar ik blijf mild. Mensen leven om te leren.

Wat later zie ik het sudokumeisje opnieuw fronsen. Ze zoekt weer naar een fokking synoniem, voor ‘hoogmoedig’ dit keer. Ze zucht. Gaat weer te rade bij de vriendin, die een term met vier letters moet aanreiken.

“IJdel”, antwoordt de vriendin. “Godsamme, weet jij dat niet?”

Het meisje schrikt maar wil niet onderdoen voor haar buur en bijt van zich af.

“Maar ‘ijdel’ is vijf letters. Die kennen niet in dit vakje.”

“IJ is één vakje”, zegt de vriendin laconiek. Ze heeft duidelijk genoeg van het spelletje.

Intussen sjokt de trein verder. Ik lees nog wat en zie in mijn ooghoek gedurig het potlood heen en weer gaan. Plots krabt het meisje er ostentatief mee achter haar oor. Ze staat voor een dilemma.

“Kijk, deze hier: op het scherp van de … vijf letters? Hallo? ‘Snee’ is toch maar VIER letters?”

Het duiveltje in mijn hoofd fluistert nu niet meer, het schreeuwt. Dat je ook ‘snede’ kunt zeggen en dat dat basiskennis is. Maar ik zwijg nog steeds: beleefdheid is een schone deugd.

De reisgenote zegt kortaf ‘snede!’ - ze kon mijn gedachten lezen - en dat ze niet meer gestoord wil worden. De uitval komt een tik te vroeg, want het meisje breekt haar brein nog over ‘bisnummer’. Daar moet in de sudoku iets van zeven letters komen.

De vriendin antwoordt niet meer. Ik besluit mijn ergernis in te ruilen voor onbegrensd altruïsme.

“Toegift”, zeg ik haar. “Dat moet er staan: toegift.”

Het sudokumeisje glimlacht breed en bedankt me spontaan. Krabbelt de letters in de vakjes en doet haar boekje dicht: dat was genoeg hersenarbeid voor vandaag.

Ik blijf stoïcijns maar zit me inwendig te bescheuren, vanwege dit gedoe. Esdoorn is ahorn. IJ is twee letters in één vakje. Snee is snede. Taal is een fokking smeerlapje, als je erover nadenkt, en van smeerlapjes wil niet iedereen in dit leven een toegift krijgen.

 

Benedikte Van Eeghem is vaste columniste van vrttaal.net. Meer van haar staat op benevaneeghem.be.