Het lidwoord ‘het’ wordt steeds minder gebruikt

“Vanaf 1 oktober vervalt de algemene mondmaskerplicht op heel wat plaatsen, vooral in de horeca en in de winkels is dat het geval. Dat wil daarom niet zeggen dat ‘de’ mondmasker niet meer nuttig zou zijn. ‘De’ mondmasker heeft ons goed beschermd.” We verzinnen het niet, dit zijn wel degelijk de woorden van Alexander De Croo.

“Ik denk dat het een kleine verspreking was”, reageert professor Sociolinguïstiek Stefania Marzo in ‘De wereld vandaag’. “Hij sprak ervoor namelijk over de mondmaskerplicht. In de psychologie en taalkunde noemen we dit fenomeen ‘priming’.”

Toch heeft het woord ‘het’ moeilijk. Drie taalkundigen van de Universiteit van Amsterdam vertelden in 2011 al dat het niet ondenkbaar is dat ‘het’ verdwijnt. Kinderen hebben er problemen mee, net zoals tweedetaalsprekers.

“Het Nederlands verandert in het algemeen ook”, zegt Marzo. “Men ziet dat bepaalde woorden, zoals ‘meisje’ en ‘broertje’, sneller ‘de’ als lidwoord krijgen dan ‘het’, omdat ze naar een persoon verwijzen. Je gaat er minder snel een onzijdig lidwoord aan toekennen. Ook in dialecten wordt die alternantie vertoond. Denk bijvoorbeeld aan ‘de bos’ of ‘de boek’, waardoor er in het Standaardnederlands ook variatie komt.”