Helft van Brusselse kinderen groeit op in meertalig gezin

In Brussel groeit bijna de helft van de jonge kinderen (49 procent) op in een familie waarin meerdere talen gesproken worden. Dat blijkt uit een studie van de Franstalige universiteit ULB op verzoek van het Observatoire de l’enfant, waarover ‘La Libre Belgique’ dinsdag bericht.

De helft van de kinderen (51 procent) groeit op in een gezin waarin alleen Frans gesproken wordt. In 46 procent van de gezinnen wordt minstens één andere taal gesproken; in 3 procent minstens twee andere talen. Welke die andere talen zijn, maakt de ULB niet bekend, maar uit andere onderzoeken blijkt dat het om het Nederlands en het Engels gaat. “In mindere mate gaat het ook om het Arabisch, Spaans en Italiaans, gevolgd door andere talen”, aldus ULB-sociologe Perrine Humblet. In 17 procent van de gezinnen wordt thuis geen Frans gesproken.

Volgens Humblet moet de overheid meertaligheid op het moment van de taalverwerving als nieuwe norm zien. Ook crèches en scholen moeten daarmee rekening houden. Ze benadrukt ook dat alle moedertalen naar waarde moeten worden geschat. “Als een kind thuis Engels spreekt, wordt dat als positief gezien. Maar als het om Arabisch of Lingala gaat, dreigt de meertaligheid als een obstakel te worden gezien”, zegt ze. Humblet raadt dan ook aan om alle moedertalen te gebruiken als pedagogisch hulpmiddel, zodat alle talen waardering krijgen.

Humblet zegt ook dat niet-Franstalige ouders beter geen Frans met hun kinderen kunnen spreken. “Je moedertaal is de taal van emoties, de taal waarin je over jezelf leert spreken.” Ouders moeten hun kinderen grootbrengen in de taal die ze het beste kunnen spreken. Meertaligheid is een opdracht voor overheid en scholen.