Harig Hollands

Sesamstraat

Met 41 jaar op de teller vind ik mezelf verre van oud. Integendeel. Ik ben amper halfweg. Er ligt nog een zee van tijd voor me en het laatste wat ik wil, is verstarren en zeggen dat het vroeger beter was. Ik pas voor de generatiekloof en schurk tegen de interesses van de jeugd aan alsof het de mijne zijn.

We streamen tv-programma’s en luisteren online radio. Scores check ik op Smartschool en handtekeningen zet ik digitaal. Ik kan meeneuriën met Billie Eilish, weet dat fokking niet altijd een scheldwoord is. En ik hou mijn hart vast voor de dag dat mijn dochter door haar eerste lief geditcht wordt.

Ik ben dus helemaal mee. Of niet? Want in de hang naar hedendaagsheid heet ik desondanks ‘de zeur’ die zich opwindt over taalverloedering en gedubde tv-programma's, waardoor het gebroed meer harig Hollands dan Standaardnederlands praat.

Ze noemen een veranda een franda
een auto is een bak
vrienden heten gozers
en kledij zonder merk is zwak
tijd verdrijven is chillen
swipen is soms lame, soms swag
en als ik het taaltje naboots
ga ik geheid op mijn bek.

U merkt het, beste lezer. In alle nervositeit gaat een mens zowaar dichten zonder zijn gat op te lichten. Allemaal de schuld van die Hollanders!* Maar wanneer ik dat hardop zeg, bijt de oudste thuis prompt van zich af.

“Je keek vroeger toch ook naar Nederland, op tv? En je zegt vaak fokking. Zoals wij.”

Knal. De woorden komen binnen. Ze bevestigen dat de generatiekloof toch gaapt, maar dat ik ze niet zie. Misschien omdat ik nog geen leesbril draag?

En toch hou ik voet bij stuk. Zeg dat ik mee ben met de time, zelfs al zijn taal, praten en schrijven meer fait divers dan erezaak geworden. Precies daarom keken wij destijds naar Nederland. Wanneer ze iets zeiden, klonk het netjes, voornaam en een tikkeltje grappiger dan bij ons. Taal was iets met grote T, de ambassadeurs ervan waren helden. En hun programma’s waren ongeëvenaard.

Wij bogen voor Aart Staartjes. Voor Ome Willem en voor Meneer de Uil van Fabeltjeskrant. Hij noemde ons geen gast, maar kijkbuiskindertjes, elke dag opnieuw. Hij nam ons au sérieux. Hij leerde ons over vriendschap, voornaamheid en nooddruft. Zou er één gozer rondlopen die de betekenis van dat statige woord eigenlijk nog kent?

 

(* met een knipoog, want ik hou oprecht van Hollanders.)