Gereigerd

Ah, de Kempen! Ik fiets voorbij bloeiende bloemen en loeiende koeien. Een boer doet iets met een machine zoals alleen boeren dat kunnen. Ik blijf even staan om het gegeven te aanschouwen.

“Het greutste probleem van deze zomer is dat er gene reiger komt”, vertrouwt de boer me toe, wiens landgoed ik onvermoed blijk te hebben doorkruist tijdens een van mijn fietstochten door de Kempen.

Ik kan niet goed volgen. “Waarom wilt u dan een reiger?” Hij bekijkt me alsof ik van lotje getikt ben. Of een stadsmens, nog veul erger.

“Zie ne keer, al dat los zand, daar groeit niks in, hé? Zonder reiger groeit er hier niks en het hee hier al weken nie gereigerd.”

Toen had ik het door. Hij had het over regen.

Als ik tegenwoordig een bui in de lucht zie hangen, zeg ik tegen iedereen die het horen wil: “Daar komt volgens mij een ferme reiger van.”