De Speechschrijver - De kunst en kunde van een goede toespraak

Over de kunst van het koken en exquise recepten zijn al duizenden boeken bijeen geschreven. Maar als het op speechen en briljante teksten aankomt, is het een stuk moeilijker om de geknipte leidraad te vinden. Toch is speeches schrijven en ze brengen, een kunst. Renée Broekmeulen (°1963) verdiept zich al meer dan 25 jaar in het vak. In die periode heeft ze teksten aangeleverd voor tal van bestuurders, politici en managers. Hoe je het speechschrijven aanpakt en wat er in die context toe doet, dat lees je in ‘De Speechschrijver’.

Van bij het begin is de auteur duidelijk over haar métier. Speeches schrijven is een kunst en een kunde. Je hebt er een kritische geest voor nodig, ervaring, een luisterend oor en een behoorlijk grote flexibiliteit. Want het is niet omdat je als auteur overtuigd bent van de tekst die je hebt neergepend, dat jouw spreker er even blij mee zal zijn. ‘En cours de route’ zijn er vaak compromissen en herzieningen nodig. Bovendien is de context van elke speech anders. Samengevat: het draait om maatwerk, nooit om bandwerk.

Broekmeulen heeft ‘De Speechschrijver’ vakkundig opgedeeld in acht kerntaken. Die moet elke speechschrijver in het achterhoofd houden wanneer hij of zij aan een tekst begint. De basis van dit beroep werd immers al ten tijde van de oude Grieken gelegd. Aristoteles sprak in de vierde eeuw voor Christus over ethos, logos en pathos. Een speech moet geloofwaardig zijn, logisch opgebouwd en ‘raak’. Haal één van die sleutels weg en het geheel zakt als een pudding ineen. Een speech moet altijd passen bij de spreker, de luisteraar, het moment. Bovendien moet de tekst letterlijk ‘op het oor geschreven zijn’.

Mocht er een datingsite voor speechzoekers en -schrijvers bestaan, dan zouden de wederzijdse verwachtingen in de woordenvijver niet min zijn. Net daarom, onderstreept Broekmeulen, is het essentieel om een goeie band tussen de schrijver en opdrachtgever na te streven. Tot voor 15 jaar werd speeches schrijven in politieke context niet echt als een ambt aanzien. Beleidsmakers onderschatten toen vaak de kracht van het gesproken woord op het juiste moment. Dat patriarchale wantrouwen is intussen weggeëbd dankzij figuren zoals Barack Obama. Ze hebben de wereld getoond hoe essentieel een krachtige, doorleefde en waarachtige toespraken kunnen zijn. En gevleugelde woorden van andere, nog oudere speeches – zie: ‘I have dream’ – hebben net zo goed de tand des tijds overleefd.

Natuurlijk leeft en beweegt er meer op deze wereld dan die grote Amerikaanse voorbeelden. Daarom heeft de auteur voor ‘De Speechschrijver’ goeie (en mindere) praktijkvoorbeelden van de redenaarskunst, dicht bij huis verzameld. Broekmeulen serveert in haar boek een waaier van Nederlandse speechfragmenten doorheen. Koning Willem-Alexander, voormalig staatssecretaris van Financiën Frans Weekers, Ahmed Marcouch (burgemeester Arnhem): ze passeren allemaal de revue. Je komt te weten waarom de retorische kracht van Pim Fortuyn een politieke aardverschuiving veroorzaakte en waarom de speeches na de vliegramp met de MH17 (2014) zo cruciaal waren voor de Nederlandse bevolking.

Door de gerichte keuze van teksten uit het moederland, voelt ‘De Speechschrijver’ voor Vlaamse lezers misschien wat exotisch aan. Maar het neemt niet weg dat het boek een immense brok kennis, kunde én kunst bevat op maat van elke (toekomstige) speechschrijver. Broekmeulen hanteert een kritische en doortastende kijk op het vak. Ze formuleert alles glashelder, vaak met een knipoog. Het is die knipoog die geregeld in haar eigen speeches doorsijpelt en maakt dat de toehoorder ‘rechtsachter in de zaal’ ademloos kan genieten van elke pennenvrucht die door een vooraanstaand M/V/X vertolkt wordt.

Samengevat: ‘De Speechschrijver’ is een breed gedocumenteerd en bijzonder inspirerend naslagwerk voor wie zelf met de hedendaagse stiel van het redevoeren aan de slag wil.

De speechschrijver - De kunst en kunde van een goede toespraak
Renée Broekmeulen
Uitgever: BOOM ISBN 9789024448623
(recensie: BVE)