De helaasheid der dingen

Het is een zwoele zomeravond. Nichtje en ik lopen door de winkelstraat en zien een lap tekst in een etalage hangen. De letters op het blad zijn lichtjes verschoten. Hier heeft een zaakvoerder, de wanhoop nabij, goedkope stiften gebruikt voor een mededeling van algemeen nut. Een aankondiging over het faillissement. Creatief met lettertypes was hij niet, inventief met tekstinhoud evenmin.

Als consument zou je op zo’n moment mild moeten zijn. Begrip tonen voor de situatie, want ach, de zaken liepen slecht. De winkel ging overkop. De helft van de paspoppen is al verdwenen, de kleren die ze aanhadden ook. Er rest enkel een lap behangpapier, met de rugzijde tegen het venster gekleefd.

We staan stil bij de mededeling. Letterlijk, zelfs. We zijn diep ontroerd door de mercantiele weemoed en door de kern van de boodschap, die voor de zekerheid werd onderstreept:

TOTALE UITVERKOOP

Zoiets heet: de helaasheid der dingen. Nichtje en ik slaken gezamenlijk een diepe zucht. En dan valt ons oog plots op het laatste woord van de mededeling.

'geanuleerd' op etalageraam

Dat de curator schaamteloos het heft in handen neemt: het zij zo. Maar dat hij de uitverkoop schaamteloos heeft geanuleerd? Woepsie…

Geanuleerd, zeg. Het doet een beetje pijn aan mijn ogen”, zeg ik tegen nichtje.
“Ja hé…”, zucht ze.
“Anuleren klinkt ook erg vies.”
“Een beetje schmutzig, ja…”
“Anuleren. Zoals in copuleren. En die curator doet dat hier zomaar in het openbaar.”

Nog heel even behouden we ons sérieux. Daarna barsten we in onbedaarlijk lachen uit. Zelfs al is een faillissement niks om vrolijk over te worden: deze manke mededeling is dat wel. De boodschap haalt de ernst van de zaak – of beter: de teloorgegane zaak – een beetje onderuit. Hoe gevoelig we ook zijn, we zien er toch de humor van in.

In alle zotternij vereeuwigen we het gevoel met een foto. Nichtje poseert voor het vel papier op het vensterraam. Ze kijkt alsof ze anuleert. Klik. We gieren het uit en sloffen daarna vrolijk verder door de straat.

“Toevallig zin in een ijsje?”, vraag ik haar.
“Waarom niet. Het is er het weer voor.”
“Ik denk dat trouwens dat hij Anul heet.”
“Wie?”
“Die curator.”
“Huh?”
“Ja. Met die affiche hebben ze hem geëerd. Ge-Anul-eerd.”
“Haaaa…”

Heel even zeggen we niks. Daarna beginnen we weer te schateren. Absurde taalfouten, hoge temperaturen en het vooruitzicht op een ijsje: het zijn dingen die het leven altijd beter maken.