Daag dagdagelijks!

zwaaiende man

“Ik hoor – ook jullie – geregeld ‘dagdagelijks’ zeggen”, schrijft een kijker me. “Vreemd, want je zegt toch ook niet ‘weekwekelijks’, ‘maandmaandelijks’ of ‘jaarjaarlijks’? Maar ‘dagdagelijks’ is waarschijnlijk toch goed, want het staat in de Woordenlijst.”

‘Dagdagelijks’ is een germanisme, een leenvertaling uit het Duits. Als de Duitsers ‘tagtäglich’ zeggen, dan moeten wij ook ‘dagdagelijks’ kunnen zeggen. Dat is de redenering. Maar zo werkt het niet. In het Nederlands versterk je bij mijn weten een woord nooit door het eerste deel ervan te herhalen. In het Duits kan het kennelijk wel, want behalve ‘tagtäglich’ zeggen de Duitsers ook wel eens ‘jahrjährlich’. Maar ‘wochenwöchentlich’ zeggen ook zij niet.

Met ‘dagdagelijks’ is nog iets vreemds aan de hand. De Nederlanders hadden lange tijd meer last van germanismen dan wij, maar dit germanisme kennen zij niet. De nieuwe Van Dale deelt ‘dagdagelijks’ in bij het niet-algemeen gangbare Belgische Nederlands. Hij bedoelt daarmee dat het begrip ook in België meestal door andere woorden uitgedrukt wordt en dat ‘dagdagelijks’ niet tot de verzorgde standaardtaal in België gerekend wordt. Een taalfout dus. Weg ermee. Alternatieven zijn er genoeg: ‘dagelijks’, ‘doordeweeks’, ‘allergewoonst’, ‘dag aan dag’, ‘elke dag’, ‘dag in dag uit’.

En toch staat ‘dagdagelijks’ in de Woordenlijst?! Klopt, maar dat zegt niets over het statuut van het woord. De Woordenlijst geeft alleen maar aan hoe je een woord moet spellen. Er staan veel woorden in die zonder enige twijfel dialect zijn: goesting, appelsien, fabrikeren, kazakdraaier, jenoffel, kloef, bluts en honderden meer.

Al bij de eerste uitgave in 1954 kregen de samenstellers veel kritiek op die aanpak. De taalverzorger Jan Grauls schreef bij het verschijnen van die Woordenlijst: “Vlamingen die aan de Woordenlijst een waarde hechten die ze niet heeft en niet kan hebben, zouden erdoor op een dwaalspoor kunnen geraken. De Woordenlijst is immers uitsluitend tot stand gekomen om nuttige aanwijzingen te geven in verband met de spelling en de geslachtsregeling. Meer niet.” Voilà!