Corona leidt tot grote taalcreativiteit

Hoe uitzonderlijk dit coronajaar 2020 wel is blijkt ook uit de taal en de oogst aan nieuwe woorden en begrippen. De Nederlander Ton den Boon, hoofdredacteur van het woordenboek Van Dale, heeft niet minder dan 1.064 nieuwe termen gebundeld in het boekje De taal van het nieuwe normaal.

Een paar leuke voorbeelden: ‘afstandsdopen’, de praktijk om een schelp met wijwater op een stok te bevestigen om een kindje te dopen zonder te dichtbij te staan. Het woord komt uit katholieke kringen in Nederland. Of ‘hoestschaamte’. Mensen die in het openbaar hoesten voelen zich bekeken, omdat we nu eenmaal meer letten op geluiden achter onze mondmaskers.

Ton den Boon
Ton den Boon

In maart begon Den Boon de woorden digitaal te verzamelen. “Er kwamen ontzettend veel nieuwe woorden bij. Op den duur zag ik daar patronen in en kon ik ze beschrijven”, zegt de woordenboekmaker in ‘Nieuwe feiten’ op Radio 1.

Het zijn meer dan 1.000 nieuwe woorden die vaker worden gebruikt. Veel ervan ontstaan op sociale media, maar het criterium voor Den Boon is toch dat ze geregeld in de krant opduiken, in de ‘dodebomenmedia’.

Een voorbeeld. ‘Blotesnoetenland’ is een land waar mondmaskers niet verplicht zijn, in tegenstelling tot een ‘mondkapjesland’. Nederland dus, dat achterliep op België in dat opzicht. Het was de Nederlandse Volkskrant-columniste Harriët Duurvoort die ‘blotesnoetenland’ bedacht. Ton den Boon: “Ik denk wel dat het ‘mondkapjesland’ zal zijn dat uiteindelijk de Van Dale haalt.”

Een typisch Belgisch coronawoord is de ‘bubbel’, van twee, vier of tien. Nederland kende tot nu toe enkel de internet- en socialemediabubbel. Ton den Boon verwacht dat ‘bubbel’ een blijver is, net als het werkwoord ‘bubbelen’. Van alle nieuwe woorden zou zo’n tien procent wel eens kunnen blijven hangen in de Nederlandse taal, voorspelt hij.

‘Knuffelcontact’, dat naar verluidt werd gemunt door minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke, is net te recent om het coronawoordenboek te halen. Het is een Belgisch begrip dat wereldwijd werd opgemerkt. In Nederland was er even sprake van een ‘seksbuddy’, maar dat woord is alweer wat in onbruik geraakt.

De ‘coronachoreografie’ in de ‘anderhalvemetersamenleving’ is ook een leuke. Als we iemand tegenkomen, moeten we een soort dansje doen om uit elkaars buurt te blijven, de ‘coronashuffle’. Ton den Boon: “Als je dat van een afstand bekijkt en je ziet veel mensen dat tegelijk doen, dan lijkt het of er een coronachoreografie aan ten grondslag ligt.”

De woordenoogst wijst alleszins op de levendigheid van de Nederlandse taal. “We bedenken niet enkele nieuwe dingen en regels, maar ook nieuwe woorden”, stelt Ton den Boon verheugd vast. Een plexiwand aan de kassa of op kantoor: een nieuw ding. ‘Kuchscherm’: een nieuw woord. Een van de vele in het Nederlands, naast de vloed aan Engelse termen als ‘social distancing’ of ‘lockdown’.

Woord van het jaar?

Corona biedt zeker inspiratie voor het ‘Woord van het jaar’. Nog tot 30 november kunt u suggesties insturen. Het woordenboek Van Dale maakt daar een lijst van 20 woorden van, waarop u kunt stemmen tussen 1 en 15 december. Op 16 december wordt dan het nieuwe ‘Woord van het jaar’ bekendgemaakt. Vorig jaar was dat ‘winkelhieren’, lokaal winkelen, wat onvermoed visionair was voor dit coronajaar van beperkte bewegingsvrijheid. Het Engelse woordenboek Collins heeft - niet erg verrassend - ‘lockdown’ gekozen als hét woord van 2020.