Bladwijzerblues

Elke fervente lezer komt vroeg of laat zichzelf tegen, en wel in de vorm van geplooide kassatickets, vaag geurende kauwgumwikkels, bierkaartfragmenten of, als duidelijke indicatie van de plek waar het desbetreffende boek gelezen werd, stroken toiletpapier. Dit ‘zichzelf tegenkomen’ is niet iets waar de fervente lezer op uit is. Meer nog, het is wel het laatste wat hij of zij beoogt, want het betekent dat een al gelezen boek opnieuw moet worden opengeslagen bij een of andere vergeelde bladwijzer – want dat zijn al die papiersnippers uiteindelijk. En dat ‘heropenen’ gaat natuurlijk ten koste van leestijd die eigenlijk naar nieuwe, nog niet gemarkeerde boeken zou moeten gaan.

O, die bladwijzers! Die sakkerlootse knipperlichtrepen! Duivelsflappen van de letterverslaafde zijn het: onontbeerlijk tijdens het lezen; lonkend als de Lorelei wanneer ze gevangen – papier tussen papier – op het boekenrek staan te knipogen. Want wat roept de bladwijzer? ‘Kom hier, sla open dit boek en vergaap u aan wat ge jaren geleden zo onvergetelijk achtte.’ Maar wat de bladwijzer werkelijk zegt, is dat datgene wat ooit zo overrompelend was, bij een tweede lezing slechts schraal overkomt – de systeemfilosofie van eertijds is nu niet meer dan een tweetaktweetje; kolderwetenschap. Paniek slaat je om het hart, want voor je het weet ontdekt een onsympathieke kennis die bijgehouden flauwheden in je kast. ‘Wijzerverwijderen’ is daarom de enige remedie. Weg met die verknipte verraders!

Alleen: als u, zoals ik, het potlood hanteert om zinnen te onderlijnen of om te schrijven in de marge, dan lost het dumpen van oude bladwijzers niet veel op. Die schampere vriendin zal dan wel niet meer meteen als een taxerende valk in uw boeken duiken, maar na enig bladerwerk wel de onderstreepte passages vinden die u als een boemerang in het gezicht treffen. Terwijl ze de zwakke stukjes doorneemt en ontcijfert wat er door u als commentaar werd bijgeschreven, ziet u haar gegeneerd proesten. Uw statuut van intellectuele gelijke krijgt een fikse knauw en al snel merk je het toenemende gemonkel in de vriendenkring. Zij die je vroeger op handen droegen, weten wel beter nu: je boekenkast is een knipselmap vol foute anekdotes. Jouw bibliotheek het achtgangenbanket van een boerse hamburgerfanaat.

onderstreepte tekst in boek

Toch kan het omgekeerde ook. Dat de bladwijzer u, zoals het betaamt, wél op lang vergeten parels wijst: spitsvondigheden die het voorbijglijdende oog ooit magnetiseerden en de vingers naar het dichtstbijzijnde stukje papier deden grijpen. Desnoods een biljet van 50 euro waarvan een resoluut gescheurd ezelsoor de literaire eeuwigheid moest verzekeren.

Jammer genoeg leidt overdreven enthousiasme bij het opsporen van mooie tekstpassages wel eens tot het vergeten van pen of potlood: geen bijschrift, lijn of kleine markering laat weten waar, op het gebladwijzerde blad, die zo belangrijke gedachte te vinden is. Een kleine ramp toch wel. Want vaak herinnert men zich levendig het boek waarin die treffende fragmenten staan, maar ziet men op de bladzijde waar een wijzer wacht niets dan blote lappen tekst. En dat betekent herlezen en proberen te achterhalen wat dan wel zo belangwekkend was op die dubbele pagina. Hierdoor slaat algauw de twijfel toe. Zeker wanneer niet meteen iets interessants gevonden wordt. Zat die bladwijzer wel juist? Moet ik niet vlug even de pagina voor en achter nalezen? Voor je het weet, vlooi je een hele dag lang boeken na op zoek naar die ene, ooit zo briljante overpeinzing. De bladwijzer is geen richtsnoer meer, maar een bord met daarop ‘Alle richtingen’.

Toch zijn er die zeldzame boeken waar een bladwijzer zonder verdere markering probleemloos naar geestigheid of vervoering leidt. Onlangs bladerde ik nog maar eens door Hartstochtjes van Kees van Kooten: een boek vol eigenaardigheden die de auteur mateloos boeien en waarover hij in stukjes, gevuld met weer andere verwijzingen, schrijft. Een boek dus met bladwijzers en over bladwijzers, waartussen ik bij lezing zelf halve brochures en hele postkaarten propte. Op pagina 134 bijvoorbeeld, in het stukje Schildersnevel, dat gaat over van Kootens lievelingsschilder, Albert Marquet, en waarin de auteur plots terugdenkt aan een pikant mopje: ‘…van de schilder die wat aan het rollebollen is met zijn model en dan plotseling roept: “O mijn hemel! Daar hoor ik mijn vrouw! Vlug, kleed je uit, kleed je uit!”

Bladwijzerblues is het gevoel die de aanblik van een kast vol gemarkeerde boeken ons geeft – zoveel gelezen en zoveel vergeten. Het is evenzeer de weeë schaamte om zoveel naïeve keuzes en lichtzinnige bijschriften, alsook de nostalgie naar die momenten – lang geleden – wanneer de bladwijzers liefdevol gestoken werden.

‘Bladwijzerbloes’ is dan weer het stukje dat Kees van Kooten zeer binnenkort zal schrijven, verspreid over minstens vier pagina’s, zodat ik er probleemloos een frutsel tussen kan schuiven. Niet als bladwijzer maar als noodzakelijke levenslijn: dat er altijd en eindeloos over alles en nauwelijks iets geschreven zal kunnen worden.

 

Ann De Craemer is vaste columniste van vrttaal.net. Meer van haar staat op anndecraemer.be.