Vijgen na Pasen

Benedikte Van Eeghem

Geen verwarrender concept dan Pasen op deze aardbol. Tot die conclusie kwam ik toen we op paaszondag van de kust naar huis reden.

Een feestdag die iedere jaar op een andere datum valt, is een stoorzender van formaat. Daardoor wordt leven en plannen in coronatijd nog ingewikkelder en gaat alle logica aan diggelen. Vergelijk het met de verjaardag van je beste vriend die jaarlijks opschuift op de kalender: nu eens wat vroeger, dan weer wat later. Waardoor je nooit zeker weet of je met je wensen op het juiste moment komt aandraven.

“Gelukkige verjaardag! Of wacht, was het gisteren zeker?”

“Neen, het is overmorgen, maar vorig jaar was het in principe wel vandaag geweest.”

Geef toe: te zot om los te lopen. En dan is er nog de complexe mercantiele context van het paasfeest. Wie brengt ‘in godsnaam’ wat? En waarvandaan komt de marchandise? Ik heb mijn kinderen – toen ze er nog in geloofden – werkelijk alles wijsgemaakt. Dat paaseieren uit klokken tuimelen én door de paashaas gebracht worden. Dat die klokken in Rome vertrekken, allez ja, normaal toch. De paashaas komt niet uit Rome, die is van hier, maar ‘hier’ kun je op geen enkele kaart pinpointen. Belangrijke aanvulling bovendien: de paashaas heeft geen vleugels, paasklokken hebben die wel. Ze doen dus ongeveer hetzelfde werk maar in verschillende omstandigheden. Flexwerk, om het modern te zeggen.

Naar mijn bescheiden buikgevoel is die verwarrende info de reden waarom het jonge volkje snel afhaakt bij de paasvreugde. Waardoor hazen en klokken sneller in de negeerhoek belanden dan hun concullega’s. De Sint woont in Spanje en komt immers steevast op 6 december. De Kerstman woont in Finland en is de gulle evenknie van de Here Jezus. Die is op kerstavond geboren, waardoor de Kerstman op dat moment passeert. Geen gedoe daarrond.

Die logica indachtig lijkt het me aangewezen dat we vanaf Pasen 2022 beter komaf maken met een fluctuerende datum. We kunnen elke vorm van verwarring in tijden van pandemie missen. Eerstdaags wend ik me daarom telefonisch* tot de hoogste kerkvader en vraag ik hem beleefd om in te grijpen en Pasen op de kalender te bevriezen. Eén vaste datum, voor eeuwig en altijd. Jezus zou het niet anders gewild hebben.

Wanneer Franciscus en ik die knoop hebben doorgehakt, wordt er in één trek ook het taalkundig vacuüm rond ‘vijgen na Pasen’ opgeheven. Aangezien de verrijzenis van Jezus nu ieder jaar ‘verspringt’, weet een mens nooit zeker wanneer die uitdrukking klopt. Is dat begin maart? Begin april? Of eerder halfweg april? Zodra het paasfeest officieel als datum verankerd is, zijn we ook van die onduidelijkheid verlost. Dan kunt u de vijgen voor en na Pasen moeiteloos uit elkaar houden, of ze nu vleugels hebben of niet. Hosanna in den hoge!

 

(*heeft iemand het gsm-nummer van de paus, toevallig?)