Tegoei

schoonmaakster (foto: © GettyImages)

‘Doe dat eens opnieuw, maar nu tegoei.’ ‘Ge moet uw kamer wel tegoei opruimen, he.’ ‘Da’s tegoei en nie verkeerd.’ ‘Just tegoei, ge hadt dat maar zelf moeten doen.’ Dat soort zinnetjes heb ik in mijn kindertijd wel vaker gehoord. Niet dat ik dat niet kon, de dingen tegoei doen. Ik was daar best tegoei, nee, goed in.

Tegoei is een fascinerend woordje. Eigenlijk is het een stukje afgekeurd Nederlands - want Belgisch, dialect, regionaal, wat dan ook, maar zeker geen juist Nederlands. Ik had het al even niet meer gehoord of zelf gebruikt, tot taalmaatje Sofie Begine van ‘Goesting in taal’ het onlangs onder mijn neus schoof in haar nieuwsbrief. Sofie geeft Nederlands aan anderstaligen en wil die mensen ook kennis laten maken met de Vlaamse spreektaal, zodat ze gewoon kunnen babbelen met hun collega’s, kennissen, studiegenoten. In haar wekelijkse nieuwsbrief brengt ze elke keer een woord, uitdrukking en zinnetje onder de aandacht. Zo kwam een tijdje geleden tegoei aan de beurt. Tegoei, het is een Vlaamsigheidje om te koesteren. Tegoei te koesteren.

tegoei
foto: © Sofie Begine

Op de lagere school al leerden we tijdens de lessen ‘taal’ – Nederlands, dus, maar in de basisschool heette dat ‘taal’ – dat sommige woorden die we dagelijks gebruikten en uit de mond van volwassenen hoorden ‘fout’ waren. We moesten ze vervangen door ‘ABN’, de ‘juiste’ woorden, die in mijn omgeving amper te horen waren. Een van die foute woorden was tegoei, want dat moest ‘goed’ zijn. En dat wrong meteen: ‘Je moet je kamer wel goed poetsen, he’ heeft niet dezelfde overtuigingskracht als de versie met tegoei. Tegoei is strenger, strikter. De lat ligt meteen een stuk hoger dan bij ‘goed’. Stel je voor: je hebt je kamer net een beetje opgeruimd, en je moeder zegt: ‘Opnieuw, en nu tegoei.’ Dan was het dus niet goed genoeg.

Met andere woorden: tegoei bevat een pak subtiele nuances die het neutrale, ietwat dorre goed niet heeft. Tijd dus om eens in dat verhaal te duiken: hoe algemeen is het en wat betekent het echt? Een snelle rondvraag bij enkele kennissen en collega’s leert me dat ‘tegoei’ toch niet tegoei Vlaams is: uitgerekend in ‘de Vlaanders’, dus West- en Oost-Vlaanderen, kennen ze het niet. Dat was even een verrassing voor mij als Limburgse. Maar ‘tegoei’ staat hierin niet alleen: zelfs het Vlaamse woord bij uitstek, ‘goesting’, is in dezelfde regio recente import. In West-Vlaanderen zeggen ze immers ‘goeste’. Of ‘hoeste’. Toen ik zwanger was van mijn oudste kind, vroeg mijn West-Vlaamse collega me of ik al ‘rare hoestjes’ had. Niet omdat ik verkouden was, ze bedoelde vreemde smaakvoorkeuren. Goestinkjes dus.

En dan nu de betekenis. Het is in ieder geval veel meer dan goed. Als je tegoei moet koken, kwak je geen blik ravioli in een pan, maar haal je er een kookboek bij. Je doet het zoals het hoort, volgens de regels van de kunst. En als je je kamer tegoei moet schoonmaken, ruil je borstel en blik in voor schuurborstel en dweil. Het moet immers grondig gebeuren deze keer. De vaste combinaties zijn zjust tegoei (net goed, dat zal je leren) en tegoei en nie verkeerd als nietszeggend antwoord op de vraag ‘Hoe heb je dat klaargespeeld?’. Maar die zijn blijkbaar nog minder algemeen Vlaams dan tegoei zelf.

Ik wil graag een lans breken voor tegoei. Het is een handig woordje en je kunt er zo heerlijk de nadruk op leggen, waardoor het een extra aansporing wordt. Oké, in het westen is het minder bekend, maar dat was ook het geval voor goesting. En akkoord, je gaat het niet meteen schrijven. Maar ach, moet dat dan? Er bestaat taal genoeg die dagelijks uit onze mond rolt, maar er raar uitziet op papier. En omgekeerd. Laten we er gewoon aan beginnen, aan dat eerherstel voor tegoei. En laten we het ineens tegoei aanpakken.

 

Miet Ooms is vaste columniste van vrttaal.net. Meer van haar staat op taalverhalen.be.