Gaan

houten toilethuisje

‘Wat vraagt een dokter als hij wil weten of een patiënt problemen heeft met de ontlasting?’ Het klinkt misschien raar, maar op de Facebookgroepen voor vertalers waar ik vaste gast ben, is dit soort vragen dagelijkse kost. Er ontstond ook meteen een uitgebreide discussie.

De vraagsteller was expliciet op zoek naar neutrale woorden die begrijpelijk waren voor iedereen, dus ook voor mensen met weinig scholing. Een patiëntenversie van de professionele vakterm ‘defeceren’, iets wat geen mens zonder medische opleiding begrijpt. ‘Een alternatief voor het neutrale Nederlandse ‘poepen’ en ‘poep’,’ zo noemde hij het zelf.

Toen ik dat las, dacht ik spontaan aan die ene keer in een Duitse Raststätte, onderweg naar de zon. We waren duidelijk niet de enigen die een sanitaire stop hielden, want plots klonk uit een van de hokjes: ‘Maaaaam, ik heb GEPOEPT!’ Wat doet een mens dan? Juist, gniffelen en denken: ‘Oké, dat is duidelijk.’ En ook: ‘Dat zou je bij ons thuis niet meteen horen.’ Want kinderen leren al snel dat ze gerust mogen roepen als ze klaar zijn op de wc, maar dat de details niet nodig zijn. Dat wordt dan ‘Mamaaaaaa, ik heb GEDAAAAN!’ en iedereen weet meteen wat ‘gedaan’ is. Daar begint het al, dat praten over iets zonder het bij naam te noemen. Een soort taboe, maar tegelijk wel een onderwerp dat je niet altijd kunt vermijden. Hoe gênant ook, defeceren hoort nu eenmaal bij het leven. 

Terug naar de vraag van mijn collega. Hij kreeg meteen een aantal suggesties. Want zo zijn vertalers wel: altijd klaar om mee te denken. We kwamen met ‘grote boodschap doen’, ‘naar het groot toilet gaan’ of gewoon ‘gaan’. Allemaal eufemismen, want geen enkele ervan is een gewone neutrale term voor je-weet-wel-wat. En we vonden er ook geen.

Bij alle andere voorstellen voel je dat er iets mis is. Een dokter wil immers dat een patiënt zich op zijn gemak voelt, zeker als er over ongemakkelijke zaken gepraat moet worden. Daarom gebruikt hij alleen woorden die zijn patiënten zeker begrijpen. ‘Ontlasting’ en ‘zich ontlasten’ komen niet in aanmerking, besloten we. ‘Kaka doen’ dan? Of ‘kakken’? Ah, heb je het ook gevoeld? Die heel lichte neiging tot blozen? Dat schokje rond je navel dat zegt, ‘nee, dit hoor je niet te zeggen’? Precies, dat is niet neutraal. Ik zie mijn dokter in ieder geval niet meteen vragen of ik goed kan kakken. Oeps, daar zeg ik het weer. En dat in een column voor de VRT, foei toch.

Maar je kunt dat toch niet blijven doen, dacht onze collega. Je kunt toch geen eufemismen blijven gebruiken om tot een diagnose van bijvoorbeeld constipatie te komen. Daarvoor zijn die termen te algemeen en voor te veel interpretaties vatbaar. Neem nu ‘naar het toilet gaan’, dat is veel te algemeen. Op het toilet kun je immers ook andere dingen doen dan dat ene. Toch? Nee, dat klopt niet, realiseerde ik me ineens. Want voor dat andere hebben we wél een neutrale term voor bij de dokter: plassen. Geen schaamrood hier, geen schokje. Dus als je die niet gebruikt en je hebt het over ‘naar het toilet / het gemak / de koer gaan’, weet iedereen meteen waar het over gaat zonder dat die vervelende gêne opduikt.

‘Hoe dikwijls moet u gaan?’

‘Een keer per dag, dokter, soms een keer om de twee dagen.’

‘En kunt u gemakkelijk gaan, of is het wat moeilijk?’

‘Normaal gaat dat wel vlot, dokter. Maar soms is het wat hard, ja.’

Enz.

Zo krijg je een heel gesprek over stoelgang en zich ontlasten zonder dat die woorden vallen. En het straffe is: iedereen weet gewoon waar het over gaat. Het taboe is omzeild en de diagnose wordt gesteld.

Met taal choqueren, dat is niet zo moeilijk: neem een gevoelig onderwerp waar een taboe rond hangt, praat er heel expliciet over en bingo: je scoort met gechoqueerde reacties, rode wangen, stiekem gegniffel, ‘amai, die durft nogal!’ Eigenlijk is daar niks aan. Veel straffer is dat wij ook zonder te choqueren over die onderwerpen kunnen praten, zelfs als we er geen neutrale woorden voor hebben. Dat we al dat ongezegde toch begrijpen en we aanvoelen welke woorden wel en welke niet geschikt zijn, daar zit volgens mij de echte kracht van taal.