Echt

Miet Ooms

Laat me jullie even een heel interessante persoon voorstellen: Len Pennie. Ze is een studente Spaanse Taal- en Letterkunde die voor het plezier TikTokfilmpjes maakt en die ook deelt op Twitter. Niets bijzonders, zeg je? Is ook zo. Ik heb haar een paar maanden geleden ontdekt door een geretweet filmpje van haar, dat toen viraal ging. Op het internet bedoel ik, niet via speekseldruppeltjes.

Kort samengevat: Len gaat in op de kritiek die ze van enkele volgers kreeg op haar fake Schotse accent, dat volgens de criticasters met zekerheid géén echt Schots was. Met een Amerikaansachtig accent bekent ze schuld, zegt ze dat inderdaad echt helemaal niemand in Schotland spreekt zoals zij, dat ze vanaf nu zal stoppen met dat Schotse gedoe en zich zal focussen op TikTokdansjes, omdat daar haar hart eigenlijk ligt. En dat ze hoopt dat mensen haar toch zullen blijven volgen. Daarna schakelt ze over op een Schots accent, dat dus ‘fake’ werd genoemd, en zegt ze dat dat het raarste is wat ze ooit gedaan heeft en dat ze spieren herontdekt heeft die ze in geen jaren heeft gebruikt.

Wat is hier aan de hand? Hebben we te maken met een Amerikaanse die echt deed alsof ze Schots was? Of is Len Pennie echt Schots en was dit puur ironie? Snel even googelen – het kind heeft een Wikipediapagina! – en jawel, ze is dus Schots. Behalve studente Spaans is ze ook dichter: ze schrijft gedichten in het Schots-Engels, haar ‘poyums’, en debiteert die op TikTok. Daarnaast deelt ze elke dag een Scots word of the day: ze spreekt het uit, legt de betekenis uit en geeft een voorbeeldzin. In het filmpje verschijnt het woord, de vertaling in het Engels, de voorbeeldzin en de Engelse vertaling van die zin. Leuk, schattig, onschuldig. Maar het werkt sommige mensen blijkbaar op de zenuwen. Ze krijgt nogal wat kritiek te verduren. Een van die kritieken is dus dat haar Schots niet ‘echt’ kan zijn, want het is niet Schots genoeg.

Die laatste opmerking doet me denken aan de kritiek die altijd weer opduikt als er een nieuwe fictiereeks in het dialect of de dialecten van een bepaalde regio speelt. Er is altijd wel wat met dat dialect, waardoor het ‘niet echt’ is. Heel vaak omdat de acteurs wel degelijk dialect spreken, maar niet dat van precies die streek. Of van het dorp ernaast. Of gewoon met een iets ander accent dan dat van de klager, die uiteraard een specialist ter zake is. Conclusie: ‘het moet zjust zijn en anders is het niet echt’ is geen typisch Vlaams verschijnsel. Oef. Of spijtig, het is maar hoe je het bekijkt.

Een andere kritiek klinkt ook bekend in de oren: als je ervoor kiest om een bepaalde taal, variëteit of hoe je het ook wil noemen in de kijker te zetten (en dus goed te keuren, of zelfs te promoten), dan verwachten sommige mensen blijkbaar dat je die ook voortdurend spreekt en zelfs schrijft, want anders ben je hypocriet. Jij vindt tussentaal goed want je keurt het niet af: waarom schrijf je dan in het Nederlands? Jij vindt het jammer dat dialect verdwijnt en wil het redden: waarom spreek je zelf niet voortdurend dialect, hm? Achterliggende gedachte: je meent het niet echt, je bent een aandachtzoeker. Ook dat verwijt krijgt juffrouw Pennie, die buiten haar ‘poyums’ en haar Schotse woordjes gewoon Engels spreekt, af en toe op haar brood. Afgelopen week reageerde ze erop.

Kort samengevat: als een interviewer haar in het Engels vragen stelt, antwoordt ze inderdaad in het Engels. Omdat ze dat kan, omdat het raar is om in een andere taal te antwoorden en omdat ze wil dat zo veel mogelijk mensen haar boodschap begrijpen en veel meer mensen Engels begrijpen dan Schots(-Engels). Lijkt me een heel aannemelijke verklaring. En die gaat ook op voor mensen die in het Nederlands een lans breken voor het Frysk, het Nedersaksisch, het West-Vlaams, het Brussels of welke taal, streektaal of variëteit ook. Het heeft weinig zin om een pleidooi te houden voor iets als niemand begrijpt wat je aan het zeggen bent. Toch? En los daarvan: de taal is vrij. We mogen spreken wat we willen, praten hoe we willen, de taal gebruiken waar we ons goed in voelen, of dat nu AN is, een andere taal, een vaktaal, dialect, een ergenstussenintaal, desnoods met een eigen gemaakt YouTube-accent. Zolang de mensen die ertoe doen het maar verstaan. Of begrijpen. Liefst allebei.