De scheetjes van Jezus

Benedikte Van Eeghem

’t Is niet dat we thuis geen respect hebben voor wie gelovig is, maar hier komt de Here Jezus zelden ter sprake. We gaan niet naar de kerk, vasten evenmin en ik heb de biecht op mijn zestiende definitief afgezworen. Toch is de zoon van God uit elk gesprek bannen geen optie, als je kinderen op een katholieke school zitten.

Wanneer Hij terloops toch vermeld wordt, probeer ik de kerk steevast in het midden van de eettafel te houden. Zoon en dochter begrijpen dat, maar toen ze nog olijke kleuters propvol fantasie waren, lag de nuance wat moeilijker.

Tijdens de Goede Week – elk jaar een hit! – ‘gebruikten’ ze Jezus weleens wanneer ze van misviering speelden, tekenden of knutselden. Dochterlief moet zes geweest zijn toen ik op tafel een kunstwerkje aantrof, gemaakt in vuurrode stift. Het was duidelijk een schets van de heilig man uit Nazareth, aan het kruis. De scène was accuraat, al had een minder brede glimlach van de getroffene het iets geloofwaardiger gemaakt.

Langs mijn neus weg vroeg ik mijn oudste wat al die wolken rondom het kruis precies waren. De hemel of zo?

‘Neen, dat is Jezus die een heleboel scheetjes laat!’, antwoordde ze vrolijk en onbevangen.

Ik kon een lachbui niet onderdrukken. Immers: niks menselijks was de Messias vreemd en flatulentie hoort daarbij, zelfs al lees je er in de Bijbel niks over.

De jongste heeft zijn fascinatie voor djeezes ook altijd stijlvol gevalideerd. In kleuter drie, toen de verrijzenis weer eens op het curriculum stond, verkondigde hij bloedserieus dat ze Jezus binnenkort ‘gingen recycleren’.

Geef toe: poëtischer kun je een wedergeboorte niet omschrijven. Hij die autorecyclage in deze tijden zelf vast gewaardeerd hebben. Immers: duurzaamheid is het nieuwe geloof!

Intussen is het 2022 en zijn Peppie en Kokkie onder mijn dak ietsje ouder en een flard bedachtzamer geworden. Ze wikken en wegen hun woorden wat vaker, sparen de Heer, maar ironie blijft hun geliefkoosd wapen. Toen de thermometer vlak voor het weekend vlotjes richting dertig graden steeg, riep de oudste plots naar haar broer:

“Seppe, kijk, het is fokking warm buiten! Je kunt op het terras genieten van de zon! Daar!”

Hij fronste vanachter zijn brilglazen en antwoordde zeer fijntjes:

“Neen dank u, Lotte. Ik wil geen zondaar zijn.”

Amen.