Afscheid

Miet Ooms

Bij het begin van het nieuwe jaar kijken we graag vooruit. Zeker als het afgelopen jaar er eentje is dat je het liefste zo snel mogelijk wil vergeten. Toch kan een terugblik op moeilijke momenten en verdrietige gebeurtenissen de moeite waard zijn. Al is het maar om zaken af te ronden of afscheid te nemen van wat en wie er niet meer is.

In 2020 heb ik afscheid moeten nemen van twee mensen die veel voor mij betekenen, professioneel en persoonlijk. Elk op hun manier waren ze voor mij een inspirerend voorbeeld. Misschien ken je hen ook wel en delen we nu hetzelfde gemis. En anders stel ik hen graag aan je voor, zodat ze ook voor jou een bron van inspiratie kunnen zijn.

 

Liesbeth Koenen
foto: © M. van Oostendorp

In januari 2020 ontmoette ik Liesbeth Koenen voor het eerst. Helaas ook voor het laatst, maar dat wist ik toen nog niet. Liesbeth Koenen was een Nederlandse wetenschapsjournaliste. Maar ze was niet zomaar ‘een journaliste’. Nee, ze was de pionier op het vlak van wetenschapscommunicatie in de taalwetenschappen. Ze maakte alles duidelijk, toegankelijk en bespreekbaar, vaak lang voor de thema’s hip werden: taal en computers, taal en gender, gebarentaal, betekenissen, wetenschapscommunicatie, taal en dieren enz. Ik kende haar naam al langer, maar toen ik haar begon te volgen op Twitter, besefte ik pas hoe goed ze was, hoe boeiend ze schreef, hoelang ze al bezig was en hoeveel ze wist.

We hadden geregeld leuke gesprekken en we twitterden geregeld naar elkaar dat we toch eens in het echte leven moesten afspreken. In januari 2020 was het dan zover, heel kort. Liesbeth was met haar boek ‘Wat je zegt, gaat vanzelf’ genomineerd voor de LOT-populariseringsprijs die tijdens de Grote Taaldag zou worden uitgereikt. Het was voor mij een van de redenen om die Grote Taaldag ook eens bij te wonen, naast nog enkele lezingen die op het programma stonden. Het was een boeiende dag, maar Liesbeth was er niet. Ze kon er pas die avond zijn, bij de prijsuitreiking. En jawel hoor, samen met een andere genomineerde kreeg ze de prijs. Daarna konden we eventjes babbelen. Heel kort, want de dag liep op zijn einde. Het genoegen was duidelijk wederzijds: het was fijn, inspirerend, gezellig, en we namen ons voor om het gesprek later uitgebreid voort te zetten.

En toen kwam corona. Ongeveer in dezelfde periode moet ze haar diagnose gekregen hebben: kanker. Ze bleef actief schrijven en tweeten over taal, maar over haar ziekte zweeg ze. Hoewel ze in juli veel minder dan normaal van zich liet horen, kwam het nieuws over haar overlijden in augustus voor mij als een donderslag bij heldere hemel. Geen vooruitzicht meer op gesprekken, op Twitter of daarbuiten. Toen ik een beetje bekomen was van de schok, heb ik haar erfenis gelezen, die haar broer intussen online had gezet. ‘Liesbeths Onaffe’ heet het, en het bevat stukken die al in een vergevorderd stadium zaten maar nog net niet klaar waren. Ik nodig je uit om er ook van te genieten, en van de rest van haar website. Liesbeths werk blijft misschien wel onaf, maar even goed inspirerend.

 

Tanneke Schoonheim

En dan is er Tanneke Schoonheim. Ik wist al een tijdje wie ze was, toen ik haar een paar jaar geleden echt leerde kennen. Tanneke heeft haar hele leven bij het Instituut voor de Nederlandse Lexicologie (nu Instituut voor de Nederlandse Taal) gewerkt. Ze was jarenlang de drijvende kracht achter een hoop projecten en eigenlijk achter het instituut zelf: intelligent, praktisch, gedreven, bescheiden, vastberaden.

Toen ze bovenop al haar andere verantwoordelijkheden en functies ook nog eens penningmeester werd bij de Stichting Nederlandse Dialecten, waar ik zelf secretaris ben, maakte ik kennis met haar nuchtere aanpak. Ze bekeek nieuwe ideeën en voorstellen op hun financiële haalbaarheid en ze herinnerde de rest van het bestuur eraan dat er handtekeningen gezet moesten worden en kostenoverzichten gemaakt moesten worden. Geduldig, niet dwingend, niet betuttelend, praktisch, vol humor. Als we sprekers zochten, suggereerde zij namen uit haar ruime netwerk. Ze was op de hoogte van veel lopend onderzoek en wist wie waarmee bezig was in de taalwetenschappen. Ze zorgde zelfs voor een slaapplek als je in Leiden of omgeving een nachtje moest overnachten en niet meteen een hotelkamer vond.

En toen, ook in augustus, kwam het bericht dat ze er niet meer was. Plots gestorven aan de gevolgen van een operatie na een fietsongeluk. Weggeplukt uit het leven door brute pech. Ze laat bij heel veel mensen een enorme leegte achter, in haar gezin, op het Instituut voor de Nederlandse Taal en daarbuiten. En bij mij.

Ik heb van Tanneke geleerd dat bij alle projecten, ook de meest interessante, het vervelende, saaie, administratieve stuk er nu eenmaal bij hoort als je wil dat er ook echt iets van komt. Eigenlijk wist ik dat wel, maar ik heb nogal sterk de neiging om dat uit te stellen, als iets wat ik ‘wel zal doen als ik er tijd voor heb’ (nooit, dus). Ik heb die neiging nog steeds, maar dan zie ik Tanneke voor mij, die zegt: ‘Maak eerst dat kostenoverzicht, anders kunnen we niet verder.’

 

Ik hef het glas op 2021 met deze twee vrouwen in het achterhoofd. Hun leven kan ik niet voortzetten, maar ze blijven mijn inspiratiebron. En ze herinneren me eraan dat je elke kans op een goed gesprek moet grijpen, en niet uitstellen tot een later dat misschien niet meer komt.

Dag Liesbeth, dag Tanneke. Jullie geest zal 2021 blijven kleuren.