Zoveel talen

Miet Ooms

Goed, we zitten dus in ons kot. Niet het kot waar ik vorig jaar al een stukje over geschreven heb, hoewel de koter in kwestie wel op kot in zijn kot zit. Kunt u nog volgen? Nee? Niet erg, zo lang u maar voldoende afstand houdt.

Ik hoop dat het goed met u gaat. Dat u veilig en gezond bent, dat uw wereld niet te hard op zijn kop staat en dat u uw leven weer wat georganiseerd hebt. Bij mij is dat aardig gelukt intussen. Het zal wel helpen dat ik altijd al in mijn kot heb gewerkt en dat mijn huisgenoten (mijn man, puberdochter en kat) geen entertainer/toezichthouder/juf nodig hebben. Voor u nu zegt: ‘ja maar, zo kan ik het ook’, toch even zeggen dat ik ook heb geworsteld met evenementen die wegvallen (FACTS! Nederland vertaalt!) en met de opdrachtenstroom die stilaan verandert in een zachtjes druppelende kraan.

Daarom heb ik beslist om vrijwilligerswerk te doen zolang we verplicht opgehokt zitten. Een mens moet iets omhanden hebben, liefst iets zinnigs. Maar wat? Mondmaskers naaien? Bij gebrek aan naaimachine, stof en handigheid was dat helaas geen optie. Nee, ik moest iets doen met het enige waar ik wel goed in ben: taal. En zo kwam ik via de makers van de coronadenktank terecht bij een groep communicatieprofessionals die hun netwerk, kennis en vaardigheden vrijwillig inzetten om het vieze c-beest te bestrijden. Al die mensen die hun taal en hun beeld zomaar ter beschikking stellen: ik voelde me er meteen thuis.

De eerste vraag kwam uit de coronadenktank zelf: ze wilden de website van de mondmaskers, met patroon, handleiding en richtlijnen, beschikbaar maken voor heel België. Er was dus een Franse, en liefst ook een Engelse versie nodig. Kort daarna klopten hulpverleners bij ons aan voor vertalingen, zodat ze aan anderstaligen alle maatregelen beter konden uitleggen.

En dus staken we, virtueel en fysiek ieder in zijn eigen kot, de koppen bij elkaar. Om een lang verhaal kort te maken: met een vijftal vertalers pikken we dringende vertaalvragen rond het beestje op. Die verdelen we zo goed mogelijk onder vertalers die zich als vrijwilliger hebben aangemeld. Dankzij hen worden naast mondmaskers en mondkapjes nu ook ‘masques buccaux’ en ‘face masks’ genaaid, begrijpt iedereen de richtlijnen van het Rode Kruis en gaan ook anderstalige kindjes tijdens hun wandeling op berenjacht.

Via dat netwerk heb ik zelf intussen heel wat talen leren kennen waar ik voordien nog nooit of hooguit vaag van had gehoord. Ik geef u graag wat weetjes mee. Gratis, ter lering ende vermaak.

  • “Dit moet naar het Perzisch.” Oké, maar welk Perzisch? Het Perzisch van Iran of dat van Afghanistan? Die Perzischen lijken wel op elkaar, maar je kunt ze niet zomaar uitwisselen. Heb je het over het Iraanse Perzisch, dan noem je het beter ‘Farsi’. Daarnaast bestaat ook ‘Dari’, het Perzisch van Afghanistan. Toen dat uitgeklaard was, vonden we al snel de vertaler Dari die we nodig hadden.
  • “We hebben een vertaling nodig naar het Romani, de taal van de Roma.” Oei, dat was nog lastiger. Want Romani bestaat eigenlijk niet: het is de overkoepelende naam voor een hele reeks talen die heel sterk beïnvloed zijn door de regio waar de Roma vandaan komen. Het Romani van Roma uit Slovenië klinkt bijgevolg heel anders dan de taal van Roma uit Roemenië. Ook die kwestie werd snel uitgeklaard.
  • “Ken je een vertaler naar het Polar? Dat is een taal in Guinee.” Goed, die keer wisten we het land alvast. En toch was het niet voldoende, want Polar als taal bestaat helemaal niet. Je hebt wel ‘Pular’ of ‘Pulaar’, twee varianten van het Fula, een taal die inderdaad onder meer in Guinee wordt gesproken. Maar het gaat ook hier eerder over een groep talen, dialecten zo je wil, die soms sterk en soms amper op elkaar lijken. Toen een moedertaalspreker ons vertelde dat die talen ook bijna nooit worden geschreven, hebben de hulpverleners voor een andere strategie gekozen.
  • Ah, dacht je dat geen enkele Afrikaanse taal geschreven wordt? Dat ze daarvoor Engels of Frans hebben? Dat is inderdaad vaak het geval, maar heel wat Afrikaanse talen kennen ook een geschreven vorm. En dus maakten de vertalers van de EAITA, de East African Interpreters and Translators Association, posters met informatie over COVID-19 in verschillende Oost-Afrikaanse talen plus de West-Afrikaanse taal Wolof.

En zo leerde ik wat meer over de talen in de wereld, terwijl ik zelf probeerde noodzakelijke informatie naar die wereld te brengen. Vanuit mijn kot, dat spreekt vanzelf.

 

Miet Ooms is vaste columniste van vrttaal.net. Meer van haar staat op taalverhalen.be.