Spelling of speling?

Miet Ooms

Ben je al lid van de Facebookgroep VRT Taal? Dan weet je dat het daar al eens over spelfouten gaat. Nou ja, het gaat er váák over spelfouten. (Als je geen lid bent, ben je nu alvast gewaarschuwd.)

Meestal scrol ik dan door, want het spotten van dt-fouten is geen hobby van me. Maar op 13 november postte beheerder Ruud Hendrickx het volgende: “Voorstel van Bart Viaene (een van de actieve leden van de groep, MO): we gaan de spelling hervormen. Mijn voorspelling: nadat we alle regeltjes bedacht hebben, zal iemand roepen: ‘we moeten de spelling hervormen’.” Interessant startpunt. Tien dagen en meer dan driehonderd opmerkingen later bleek hij niet helemaal gelijk te krijgen: op wat kritiek op de grote principes na was er nog steeds geen nieuwe spellinghervorming.

Nu heb ik ervaring met spellingsystemen opstellen. Niet als spellinghervormer, maar wel als coach (toen heette dat nog ‘wetenschappelijke begeleider’) van groepen die samen een dialectwoordenboek samenstellen en dus een schrijfwijze zoeken die tegelijk leesbaar is en recht doet aan de klankenrijkdom van hun dialect. Ik heb dat in een vorig leven een keer of twee-drie gedaan.

Elke keer hetzelfde stramien: de groepsleden wilden hetzelfde bereiken, maar geraakten het maar heel moeizaam eens over de manier waarop. Woorden verzamelen en selecteren ging veel sneller dan de schrijfwijze ervan bepalen. Want we hebben te weinig letters in ons alfabet om alle klanken weer te geven, en zodra je nieuwe letters verzint of met accenttekens aan de slag gaat, vermindert de leesbaarheid drastisch. En dat is ook het probleem met de Nederlandse spelling.

Een klassiek voorstel dat bij elke spellingkritiek terugkomt, is dat we meer zouden moeten schrijven zoals we het horen. Fonetisch dus. Klinkt logisch, niet? Makkelijk ook, gewoon naar jezelf luisteren en schrijven. En in het Italiaans doen ze het ook zo, dus waarom niet?

Goed, dan ga ik dat eens doen. Ik speel het spelletje opnieuw dat ik als tienjarige al speelde: alles schrijven zoals je het zegt. (Ja, ik was al heel vroeg een gekke taalnerd.) En voor de leesbaarheid zal ik geen extra letters verzinnen en geen nieuwe accenttekens of andere krulletjes aan onze letters toevoegen. De spelling moet eenvoudiger en niet ingewikkelder, toch?

Voor ik eraan begin nog eerst een paar dingetjes uitklaren:

  • Een van de eeuwige kritieken die altijd terugkomen, gaat over de twee schrijfwijzen ou/au en ei/ij voor telkens dezelfde klank. Nergens voor nodig, dus ik kies er telkens eentje: ou (want au kan ik dan gebruiken voor uitroepen van pijn en verwondering) en ei (want dat is de oudste: ij bestaat pas sinds de 19de eeuw. Dat is kunstmatig, ik weet het, maar ’t is tenminste een criterium). De andere twee- en drieklanken houden we gewoon.
  • De sjwa of doffe e van bv. appel schrijf ik als uh. Niet als ö, want ik wil geen nieuwe accenttekens invoeren. Niet als e, want die letter is al bezet. De uitspraak uh komt nog het dichtste bij die sjwa. Mooi, dat past bij het schrijven-zoals-we-sprekenprincipe.
  • Aan open en gesloten lettergrepen doe ik niet. De korte klinkers zijn altijd e, i, o, u, a, de lange altijd ee, ie, oo, uu, aa. Dubbele medeklinkers in gesloten lettergreep hoeven dus niet meer. Aan ii doe ik ook niet, want dat schrijven we nu ook niet.
  • Ik maak wel een onderscheid tussen de a van man en de aa van maan, maar niet tussen de eerste en tweede aaa van banaan. Aan die subtiele lengteverschillen doe ik niet mee. Te weinig lettertekens. Sorry.
  • Om dezelfde reden maak ik ook geen onderscheid tussen de o van kom en de o van kop. Ja, die klinken echt anders, luister maar eens goed.
  • G is altijd stemhebbend. Voor de stemloze g hebben we al een andere lettercombinatie: ch. De Franse, of Engelse g (garçon) wordt gk. De tweede g van garage wordt zj. De stemloze versie van zj wordt dan natuurlijk sj. Leenwoorden schrijven we natuurlijk ook zoals we ze uitspreken. Ah ja!
  • C, q, x en y schaffen we af. Nergens voor nodig.
  • Ik schrijf zoals ik spreek. Het zou dus kunnen dat dat anders is dan jij. Meteen de zwakke plek van het systeem.

Uhn ekspeeriementjuh met tuh eerstuh alieneejaa van deezuh tekst:

Ben juh al lit fan duh feesboekchroep Vee Er Tee Taal? Dan weet juh dat uht taar al uhs ovuhr spelfoutuh gaat. Nou jaa, huht chaat uhr fáák oovuhr spelfoutuh. (Als juh geen lit bent, ben juh nuu alvast chuhwaarschuwt.) Meestal skrol uhk tan door, want uht spotuh van dee tee foutuh is cheen hobie vam muh.

Maar op dertien novembuhr postuh buhheerduhr Ruut Endriks huht volguhnduh: “Voorstel fam Bart Viaanuh (eem fan duh aktieve leeduh van duh groep, Em Oo): wuh gaan duh speling hervormuh. Mein voorspeling: naadat wuh aluh reeguhltjuhs buhdacht hebuh, zal iemant roepuh: ‘wuh moetuh duh speling hervormuh’.” Intruhsant (of inteeresant?) startpunt. Tien daaguh en meer dan driejonduhrt opmerkinguh latuhr bleek ei niet heeluhmaal guhleik tuh kreiguh: op wat krietiek op duh grootuh prinsiepuhs naa lach er noch steets cheen niewuh spelingervorming voor.’

Geschreven zoals ik het zeg? Ja.
Gemakkelijker? Helemaal niet. Over elk woord moest ik nadenken, sommige heb ik twee, drie keer uitgesproken voor ik het opschreef. En de twijfel bleef.
Leest dit nu makkelijker? Ook niet, tenzij ik het hardop lees. Maar dat lijkt me lang niet altijd aangewezen, en het is een stuk vermoeiender.
Minder discussie over de beste schrijfwijze? Dat oordeel laat ik aan u over.

In ieduhr chuhfal hep ik uht cheproobeert. Nuu uu noch.

 

Miet Ooms is vaste columniste van vrttaal.net. Meer van haar staat op taalverhalen.be.