Rijtjes

Miet Ooms

De Lage Landenslag. Drie weken lang discussieerden Jan Hautekiet, Alice Reijs samen met de Nederbelgen en Belgo-Nederlanders Goedele Liekens, Peter Vandermeersch, Bas Birker en Aafke Romeijn over wat ons bindt en scheidt. Daarover ga ik het nu niet hebben, die drie weken Lage Landen volstaan hiervoor wel. Maar hebben jullie het inleidende filmpje ook gezien? Dat waarin Alice Reijs samen met haar man Tom Van Dyck een rijtje valse vrienden afhaspelt?

Niet alleen grappig, het laat ook zien dat zo’n betekenisverschil vaak niet op zichzelf bestaat. Om bij dit voorbeeld te blijven: de woorden ‘zak’, ‘tas’, ‘kop’ zijn heel gewoon in België en Nederland, maar zeker ‘tas’ en ‘kop’ hebben in de delen van het taalgebied net een andere betekenis. En daardoor gaan andere betekenissen ook aan het schuiven. Fascinerend vind ik dat.

Dit is natuurlijk niet het enige rijtje. In recepten bijvoorbeeld hoef je er niet eens lang naar te zoeken. Zo merkte iemand in de Facebookgroep van VRT Taal nog op:

“Zet een pan water op het vuur en kook de pasta gaar.” Ben ik de enige die dit vreemd vindt? Een pan is toch veel te ondiep om iets in te koken! Ik neem wel een pot.

Iedereen die al eens een Nederlands recept heeft gelezen, online of bijvoorbeeld via een bekende leverancier van maaltijdboxen, zal zich dit wel eens hebben afgevraagd. De pan-potkwestie is inderdaad vergelijkbaar met de zak-taskwestie. En ze maakt deel uit van een rijtje:

De Vlaamse ‘(kook)pot’ is in Nederland een ‘pan’.
De Vlaamse ‘pan’ is in Nederland een ‘koekenpan’ of een ‘braadpan’.
In Vlaanderen wordt ‘koekenpan’ amper gebruikt, tenzij misschien voor een pan met lage randen, bedoeld voor pannenkoeken. Een ‘braadpan’ is dan weer net als in Nederland een specifieke stevige pan om vlees te braden.
De Nederlandse ‘pot’ is dan weer een Vlaamse ‘bokaal’ (of ‘pot’, dat kan ook).
De Nederlandse ‘bokaal’ is een ‘wedstrijdbeker’. Dat laatste woord kun je gelukkig wel zowel in Nederland als in Vlaanderen gebruiken. Maar wecken zou ik alleen doen in een Vlaamse ‘bokaal’.

Kun je nog volgen? Oké, dan geef ik je nog een rijtje cadeau, opnieuw uit de boeiende wereld der recepten:

Een Vlaamse ‘houten lepel’ is een Nederlandse ‘pollepel’.
Een Vlaamse ‘pollepel’ is een Nederlandse ‘soeplepel’.
Een Vlaamse ‘soeplepel’ is een Nederlandse ‘eetlepel’. Dat woord is in Vlaanderen minder gebruikelijk, want de lepel waarmee je eet, is al genoemd naar hetgeen je ermee eet: soep.

pollepel
Pollepels, volgens Albert Heijn.

Voor elke betekenis valt wat te zeggen. Het woord ‘pollepel’ is een vervorming van ‘pot-lepel’: de lepel waarmee je in de pot roert, of waarmee je eten uit de pot schept. Dat kun je doen met een houten roerlepel, maar ook met een diepe scheplepel voor soep. Met een ‘soeplepel’ kun je soep vanuit je bord naar je mond brengen, of vanuit de grote kookpot (de pan) naar het bord. En met een ‘eetlepel’ eet je natuurlijk, daarmee schep je niet op.

Ter aanvulling: de Vlaamse ‘koffielepel’ heet in Nederland ‘theelepel’. Dat is handig om te weten als je in een recept de afkorting TL ziet staan.

soeplepel
Een soeplepel, volgens Albert Heijn.

Ik zou het nu ook over de verschillende soorten ‘doeken’ in de keuken en de badkamer kunnen hebben of over het rijtje rond ‘kleed’, maar ik ga het hierbij houden.

En voor je je afvraagt of dit geen problemen oplevert: ik ben nog nooit in de verleiding gekomen om aardappelen te koken in een (koeken)pan of soep uit te schenken met een soeplepel (eetlepel). Een duidelijke context en een portie gezond verstand zijn altijd nuttig.

 

Miet Ooms is een van de vaste columnisten van deze site. Onlangs verscheen van haar Buurtaal, een boek over de taalvariatie in het Nederlands.