Otterkoppels

Ann De Craemer
twee otters (© GettyImages)

Het woord van de maand is ontegensprekelijk ‘hamsteren’, naar het knaagdier dat zijn wangen volpropt met voedsel om die samengeperste mondvoorraad gaandeweg weg te knagen. Handig, zo’n persoonlijke buurtwinkel met comfortfood rond het gebit. Toch kan ik in deze tijden van crisiswinkelen maar aan één ding denken: een man van middelbare leeftijd die hopeloos een wc-rol achter zijn kiezen probeert te prakken.

Taalkundig is ‘hamsteren’ op een bizarre manier interessant. En wel omdat het een werkwoord is, afgeleid van een zelfstandig naamwoord (denk aan ‘vlaggen’, ‘nagelen’, ‘lepelen’ of ‘slippen’), maar daarbij níét het meervoud is van het substantief waarnaar het verwijst. Dat klinkt ingewikkeld, maar het komt hierop neer: zoals op het uiteinde van alle werkwoorden, hebben de meeste zelfstandige naamwoorden een meervoudsvorm die eindigt op -en. Het zelfstandig naamwoord en het daarvan afgeleide werkwoord zijn daardoor identiek – koeien koeien, paarden paarden, zwaardwalvissen zwaardwalvissen en ratelslangen ratelslangen. Niet dat dit ergens op slaat, maar toch ziet die nevenschikking van substantief en werkwoord er een beetje gebrekkig uit.

Bij de hamster (en enige andere diersoorten die eindigen op -er, -e, -ie, -el, of -en), is bovenstaande regel niet van toepassing. Het zelfstandig naamwoord en het afgeleide werkwoord zijn verschillend, wat zorgt voor een even zinloze, doch veel poëtischer klinkende reeks waarin hamsters hamsteren, tijgers tijgeren, eksters eksteren en marters marteren. Het klinkt niet alleen beter dan koeien die koeien maar is ook visueel duidelijk: zelfstandig naamwoord en werkwoord weerspiegelen elkaar niet langer maar staan zij aan zij. De een in kostuum, de ander in avondjurk. Gedistingeerd en trots als otters die otteren. En laat net ‘otterkoppels’ de nieuwe stijlfiguur zijn die we dringend nodig hebben om een opkomend fenomeen te kunnen benoemen.

Onlangs wees Wim Helsen in ‘De Ideale Wereld’ namelijk op een alternatieve manier om fel gegeerde producten de supermarkt uit te sluizen. Niet door te hamsteren maar door een voorbeeld te nemen aan de eekhoorn (inderdaad, eekhoorns eekhoornen!): in plaats van het winkelkarretje zomaar vol te stouwen, verstopt men kleine hoeveelheden koopwaar in en achter de supermarktrekken zodat men die naderhand in kleinere porties mee kan grissen.

Omdat hamsteren nauwelijks nog getolereerd wordt en gezien de nood aan nieuwe grabbeltechnieken, stel ik deze niet-limitatieve lijst met ‘otterkoppels’ voor: ‘truken van de foor’ die paniekerige coronakopers behulpzaam kunnen zijn bij hun volgende run op de supermarkt.

Reigers | Reigeren
Stel u stokstijf op naast een winkelrek naar keuze, kijk secuur rond en pik dan ongemerkt en vliegensvlug een kiwi of doos ijspralines uit het mandje van een winkelende passant. Verander na uw vangst meteen van afdeling.
Panters | Panteren
Doe hetzelfde als bij het ‘reigeren’ maar – gezien uw donkere schutkleur – enkel naast het rek met aubergines. Vanwege uw voorkeur voor vleeswaren is het opletten voor andere ‘panteraars’: een agressieve scharrelsoort die al bij het zien van een plak kippenwit alle redelijkheid verliest.
Vlinders | Vlinderen
U bent het gewoon om in winkels van proefschaaltje naar savoureerhoekje te dwarrelen maar gezien het huidige verbod op tastings, doet u het tijdelijk anders – subtieler en verbetener. Peuzel stiekem van een raap, vreet stilletjes van een honingkoek, drink ongemerkt een kwart liter spuitwater. Verdwijn tijdig uit de winkel en doe vervolgens de ronde van uw gemeente. U eet in kleine porties maar wel volkomen gratis en zeer gediversifieerd.
Mestkevers | Mestkeveren
De minst subtiele manier van supermarktgrissen. Werp alles op een grote stapel, meng met enkele pakken bloem en eieren, en rol het hele zootje tot een grote bal bijeen. Mits voldoende producten bent u aan de kassa onmogelijk te stoppen. Let erop niemand te pletten bij het naar buiten rollen.
Alligators | Alligatoren
Leg u roerloos aan het uiteinde van de transportband. Hap meedogenloos naar het stokbrood of de preistaaf van de winkelklant na u en glibber zo snel mogelijk naar huis. Spring met uw partner in een heet bad en drink samen preisoep met croutons. Kies de daaropvolgende week best een andere winkel en schrob goed om de daar aanwezige kassière niet met uw onaangename groentegeur te overvallen.

En vergeet uw kortingsbonnen niet!

 

Ann De Craemer is vaste columniste van vrttaal.net. Meer van haar staat op anndecraemer.be.