Op de cover

Miet Ooms

Volgende maand vinden twee heel grote, internationale muziekwedstrijden plaats: het Eurovisie Songfestival en de Koningin Elizabethwedstrijd. Hoe verschillend ook, in de twee wedstrijden staan de muziek en de uitvoerders van die muziek centraal. Maar muziek bestaat niet enkel dankzij die uitvoerders: ooit heeft iemand, of heeft een aantal iemanden die muziek gecomponeerd. Soms is dat de uitvoerder zelf, maar meestal zijn er dus twee partijen betrokken: degene die de muziek schrijft en degene die hem uitvoert. Hoe ouder de muziek, hoe groter de kans dat uitvoerder en componist niet samenvallen. Dat is maar logisch.

Wie vaak naar Klara of andere klassieke radiozenders luistert, weet ook dat bij elk stuk in de speellijst zowel de uitvoerder als de componist genoemd wordt. De belangrijkste naam is de componist, maar de kenner weet wat hij kan verwachten van de uitvoerende orkesten en muzikanten. Bij de hedendaagse pop- en rockmuziek ligt dat anders: de bekendste naam is de uitvoerder. De songwriter wordt maar zelden genoemd, maar de echte kenners en muzikanten weten meestal wel wie dat is.

Wat heeft dit allemaal met taal te maken? Wel, de sprong van muziek naar vertaalde literatuur is niet zo gek groot. Als een vertaalde roman hetzelfde behandeld zou worden als pop- en rockmuziek, zou op het boekomslag de naam van de vertaler staan en niet die van de auteur. De auteur is immers de oorspronkelijke componist van het boek: hij heeft de verhaallijn verzonnen, de stijl bepaald, de personages vormgegeven. De vertaler is de uitvoerder: hij vertrekt van de ‘compositie’ van de auteur en vertaalt die – met respect voor de keuzes van de auteur – naar zijn taal, cultuur, doelpubliek. Als die roman een klassiek stuk zou zijn, zouden auteur en vertaler allebei vooraan vermeld worden. Maar dat gebeurt niet: alleen de auteur komt met naam en toenaam op die cover. Ook bij vertaalde boeken.

Is dat niet gek? De zinnen die we lezen, zijn helemaal niet uit de pen of het toetsenbord van Haruki Murakami, Astrid Lindgren, Stephan Zweig of Cao Xeuqin gevloeid (tenzij je respectievelijk Japans, Zweeds, Duits of Chinees beheerst en de boeken van die auteurs in de originele versie leest). Tussen lezer en auteur zit minstens één vertaler, die zijn eigen creatieve brein op het oorspronkelijke verhaal heeft losgelaten. Dat betekent dat die raak gekozen woorden en prachtig vloeiende of heerlijk vlotte zinnen niet afkomstig zijn van die bekende auteur, maar van de vertaler. Op basis van het werk van de auteur natuurlijk, net zoals een muzikant het werk van een componist uitvoert. Maar de vertaler geeft er, net zoals die muzikant, een eigen interpretatie aan: hij vormt door middel van zijn woord- en stijlkeuze een brug tussen de wereld van de auteur en die van zijn doelpubliek. Een brug die zowel tijd als ruimte moet overspannen: hoe ouder het boek en hoe groter de verschillen in cultuur, hoe belangrijker de inbreng van de vertaler is.

Heel eerlijk: hoewel ik zelf vertaler ben, besef ik nog niet eens zo lang hoeveel een boekvertaler echt bijdraagt aan een vertaald literair werk. Een roman vertalen is helemaal iets anders dan de handleiding van een kettingzaag of de ingrediëntenlijst van een potje yoghurt. Je hebt er geduld voor nodig, focus, een grote kennis van de brontaal én -cultuur en je moet goed weten wat je doelpubliek al weet en kent. Dat is niet niks. Ik weet niet of ik het zou kunnen.

Daarom is het zo jammer dat die vertalers zo onzichtbaar zijn. Want wees eens eerlijk: weet jij wie Murakami, Lindgren, Zweig, Xeuqin en al die andere geweldige auteurs die in een voor ons onbegrijpelijke taal schrijven voor ons toegankelijk maakt? Ken jij hun namen zo uit het hoofd of zou je ze moeten opzoeken? Zoek jij in het colofon op wie het boek vertaald heeft? Associeer je die naam met kwaliteit? Hoeveel literaire vertalers ken je eigenlijk? En daarmee bedoel ik mensen die dit als hoofdactiviteit hebben, niet de bekende medemensen die heel af en toe een verhaal, een gedicht, een boek vertalen.

Ik leer er stilaan steeds meer te kennen. Bijna allemaal hebben ze één ding gemeenschappelijk: ze zijn geen podiumspringers. Ze zijn tevreden als ze in hun thuiskantoortje hun tanden in een volgende roman kunnen zetten en ze zijn bescheiden genoeg om de auteur alle lof en eer te gunnen. Maar die onzichtbaarheid heeft ook heel vervelende gevolgen voor hen: hun werk wordt niet naar waarde geschat. Dat kun je heel letterlijk nemen: de tarieven voor literaire vertalers zijn bedroevend laag. Het is een van de redenen waarom velen geroepen zijn, maar weinigen er ook echt hun broodwinning van kunnen maken. En dat is jammer, want hoeveel meesterwerken lopen we nu mis, gewoon omdat ze niet vertaald worden?

Gelukkig lijkt er wat verandering in deze situatie te komen. De Nederlandse vertalers Annemart Pilon en Martin de Haan zijn een petitie gestart om meer waardering te vragen voor het werk van literaire vertalers. De titel: ‘Vertalers op het omslag’. De vraag: zet naast de naam van de auteur ook die van de vertaler op het boekomslag. Op die manier hopen ze dat het beroep wat meer waardering krijgt en dat organisatoren van culturele evenementen zo op het idee komen om de vertalers, de eerste en meest grondige lezers van vertaalde romans, uit te nodigen om te komen vertellen over het prachtwerk waar ze zich in ondergedompeld hebben. Dat zal in ieder geval gemakkelijker zijn dan Murakami zelf voor een microfoon te krijgen.

En ik zou dat als lezer heel plezant vinden. Want die vertalers, dat zijn geboren vertellers.