Niiiiiice gedaan!

Benedikte Van Eeghem

Feit: ik moeder over twee tieners en dat vergt wat van een mens. Op de beste dagen is het allemaal peace and love, maar geregeld zit het er bovenhands op. Ondanks brede charmeoffensieven blijk ik meer dan geregeld ‘een ouwe zeur’ te zijn. Zo eentje die niet snapt wat cool of niet cool is.

De kloof gaapt het hardst als de kroost tegen een scherm kleeft en zich suf gamet. Zij houdt van Minecraft, hij gaat op in Brawl Stars. Ik heb geen kaas gegeten van die spelletjes. Weet alleen dat je er virtueel dingen mee bouwt en daarna aan diggelen slaat. Dat je bondgenoten moet zoeken en vijanden kunt uitschakelen. Mijn koters doen het aan de lopende band, terwijl duizenden pixels over het scherm heen en weer bewegen. Tussendoor communiceren ze als kikkers op speed via de headset:

‘Komaan, pak ’m, pak ’m gast!’
‘Laat je niet killen, man!’
‘Pas op, achter je! Die enderman gaat je spawnen!’
‘Niiiiiice gedaan!’

Die ‘niiiiiice’ en andere turbotaal hebben ze schaamteloos gejat van het kliekje Nederlandse youtubers dat 24/7 online gamet voor de kost. Harm, Roy, Milan en al hun discipelen: ze zijn de taalkundige evangelisten van de 21e eeuw geworden. Hip, opgefokt en nietsontziend. Ze sieren de displays vaker dan me lief is en als mijn nazaten in het heetst van de gamestrijd zitten, nemen ze hun gabberjargon feilloos over. Net als het bijbehorende Angelsaksische gewauwel.

Wanneer zo’n verbale tsunami hier door de huiskamer rolt, voel ik me ondanks enige scholing plots een complete analfabeet. Ik weet niet hoe een enderman eruitziet en kan me bij een creeper alleen maar een lelijk gedrocht voorstellen. Geen idee waarom een pickaxe virtueel het hoogste goed is, waarom je die Brawlpass niet mag kwijtspelen of wat het substantiële verschil tussen de gems en de skins is. En waar die spawners blijven uitkomen en wat ze met lava hebben, is me ook een raadsel.

Maar het zal Peppi en Kokki worst wezen. Moeder heeft haar plek, zij de hunne. Intussen kwetteren ze in dat opgefokte taaltje alsof het niets is. Ik leg me erbij neer en kaats de bal gewoon terug op het juiste moment. Zoals wanneer we ’s avonds na het eten aan de afwas staan. Dan zet ik een kookpot op het afdruiprek en por ik zoonlief die met de handdoek klaarstaat:

‘Komaan, pak ’m, pak ’m gast!’

Hij draait met zijn ogen. Vindt het belachelijk en vraagt om ermee op te houden. Wat ik doe, maar nooit zonder de uitsmijter wanneer alle vaat is afgedroogd:

‘Hé, dat heb je niiiiiice gedaan!’

 

 

Afbeelding van François Bellay via Pixabay