Mosselen blijven mosselen

Ruud Hendrickx
mosselen (foto: Belga, Van Assche)

“Noem een kat toch een kat”, dacht ik vanmorgen bij mezelf toen ik nog half slapend het krantenoverzicht hoorde. Neem me niet kwalijk voor dat Nederlands met Franse inslag, maar de taaladviseur in mij wordt altijd net een fractie later wakker dan de rest. De dingen bij hun naam noemen, dat moeten we doen.

Luister eens even mee naar het krantenoverzicht. “Volgens ‘Het Laatste Nieuws’ voeren de Nederlanders nu Ierse mosselen in. De echte Zeeuwse zijn onbetaalbaar geworden. De Ierse schelpdieren worden verkocht onder de merknaam ‘Hollands Glorie’. Van de zomer spoelden goedkopere Spaanse mosselen op de Belgische markt aan; nu vinden ook de Nederlanders dat ze de eigen mossel te duur betalen. De Ierse weekdieren zullen voorlopig alleen in Nederlandse speciaalzaken voor vis te krijgen zijn.”

Ik vond het allesbehalve prettig om op mijn nuchtere maag met ‘weekdieren’ geconfronteerd te worden. Het beeld van een vieze, duimdikke, slijmerige slak en van onbenoembare dingen die in een mossel zitten, kreeg ik maar niet uit mijn hoofd. Maar dat geheel terzijde. Het punt is: wie spreekt er over ‘weekdieren’ en ‘schelpdieren’ als hij het over mosselen heeft (“Schat, als we vanavond eens weekdieren gingen eten!”)? Het antwoord is simpel: de redacteur die ijverig op zoek is naar een synoniem, omdat hij in losse zinnen denkt.

Maar we hebben toch geleerd dat we niet altijd hetzelfde woord mogen gebruiken? Ja zeker, er moet afwisseling in de woordkeus zitten en we moeten niet in passe-partoutwoorden schrijven. Maar mosselen zijn mosselen, en niets anders.

Er hoeft ook niet in elke zin ‘mosselen’ of een synoniem te staan. Schrap het zelfstandig naamwoord. Een luisteraar kan heus wel langer dan vijf seconden onthouden dat het over ‘mosselen’ gaat. Luister nog eens even mee: “Volgens ‘Het Laatste Nieuws’ voeren de Nederlanders nu Ierse mosselen in, omdat de Zeeuwse onbetaalbaar geworden zijn. De Ierse worden verkocht onder de naam ‘Hollands Glorie’. Van de zomer spoelden goedkopere Spaanse mosselen op de Belgische markt aan (- toch wel een ongelukkig beeld, vind ik -); nu vinden ook de Nederlanders dat ze hun eigen mosselen te duur betalen. De Ierse zijn voorlopig alleen in Nederlandse speciaalzaken te krijgen.”