Hoofdletters

Benedikte Van Eeghem

Hij zit aan tafel. Moet een opstel schrijven. Jules Vernes ‘Reis om de wereld in 80 dagen’ dient als inspiratiebron. Op basis van die klassieker moet hij zijn eigen wereldreis bedenken, met echte en gefantaseerde elementen.

Hij weet welke plaatsen hij erin gaat stoppen: Brugge, Zwevegem, Frankrijk, Duitsland, daar is hij al geweest. De rest plukt hij uit rijke verbeelding: passages langs Portugal, Amerika en Area 51 aldaar. En Noord-Korea en Rusland staan ook op de lijst. Hij zag de landen op de wereldkaart en gaat ze al reizend met elkaar verbinden.

‘Denk je dat dat lukt in 80 dagen, zo’n trip?’, vraag ik.

‘Tuurlijk. Want ik ga raketten gebruiken en ook geteleporteerd worden. We mogen fantaseren van de juf.’

Tuurlijk. Had mama niet aan gedacht. Dus ze laat hem schrijven, zonder op zijn vingers te kijken. Hij krabbelt op het blad dat het een lieve lust is. Vraagt tussendoor hoe de oceaan ‘na Portugal’ heet, want die gaat hij per boot overvaren.

‘De Atlantische Oceaan’, zeg ik. ‘Die stak Columbus ook over op weg naar Amerika.’

‘Weet ik’, zegt hij. ‘Maar daar ga ik niks over zeggen want dat is saai.’

En zo krabbelt hij verder. Vraagt wat later hoe het water voorbij Amerika heet, daar gaat hij met een raket overheen vliegen.

‘De Stille Oceaan’, fluister ik in zijn oor.

Hij glimlacht, heeft driekwart van het A4’tje gevuld en nadert de apotheose. Die zal zich afspelen in Noord-Korea, Rusland, Duitsland … tot hij weer thuis is. Luttele minuten later glimlacht hij breed en zegt hij dat hij klaar is. Of ik wil nalezen, misschien?

Ik doe het. Met een even brede glimlach, vanwege de waanzinnige plotwendingen. Dit had Verne nooit kunnen bedenken. Het relaas is te beklijvend om er iets negatiefs over te zeggen. Behalve die ontbrekende hoofdletters.

‘Zou je de namen van de landen niet met een hoofdletter schrijven?’, probeer ik voorzichtig. ‘Dat hoort zo. Je hebt het geleerd op school.’
‘In de strips van Urbanus staan ook geen hoofdletters. Waarom moet ik ze dan schrijven in mijn verhaal?’

Die zit. Ik wil hem niet ontmoedigen, maar por hem zachtjes om de kleine letters uit te gommen waar het moet. En ze te overtrekken met echte hoofdletters. Dat is beter, voor nu.

Hij doet het met de grootste zorg. Maakt Zwevegem van zwevegem en Amerika van amerika. En de Stille Oceaan wordt ook tot eigennaam herleid. Check. Dubbelcheck. Klaar.

Seppe corrigeert

Ik krijg het blad terug in handen, knik goedkeurend. Bij de passage in Duitsland valt me plots op dat hij ‘Bier’ heeft gedronken, met hoofdletter.

‘Waarom ‘Bier’, meneertje? Dat is toch geen naam?’
‘Mamaaa … je hebt eens gezegd dat ze in Duitsland alle zelfstandige naamwoorden met een hoofdletter schrijven? Dus het is Bier.’

Check. Dubbelcheck. Hier kan een moeder met decennia levenservaring niets tegen inbrengen, want hoofdletters leiden al eens een eigen leven. In Urbanusstrips, in Duitsland, en vooral in het hoofd van een ukkie dat altijd het laatste woord heeft.