Hondsdagen

Benedikte Van Eeghem

Zullen we het voor de sport eens over het weer hebben? Het is midzomer en we beleven op dit moment de hondsdagen. In mensentaal: de warmste tijd van het jaar. Spontaan beginnen te kwispelen of aan mekaars achterwerk ruiken doen we gelukkig niet. Oef. Het ‘hondse’ in deze periode verwijst louter naar een royale portie zon, warmte en het sterrenbeeld van de Grote Hond, dat duidelijk aan het zwerk te zien is.

Hondsdagen hebben geen vier poten. Geen zachte vacht. Geen drang om ‘al zeikend’ een reukspoor te trekken. Ze hebben hoegenaamd níks met honden en toch zijn ze anno 2020 markanter dan ooit, want een middeleeuws volksgebruik overspoelt de aardkloot in een ongezien tempo.

De mensheid dacht in de middeleeuwen dat viervoeters tijdens de hondsdagen maar beter gemuilkorfd konden rondlopen. Het zou de uitbraak van hondsdolheid tegengaan en de bevolking van de ondergang redden. Ik weet niet of het u al is opgevallen, maar tegenwoordig loopt het gros van die bevolking wéér met zo’n muilkorfje rond. Kwestie van de uitbraak van het virus-waarvan-we-de-naam-niet-zullen-noemen toch maar de kop in te drukken.

De variatie in kleuren en modellen van de muilkorfjes is eindeloos. Ernaar kijken leidt ons – gelukkig – subtiel af van het ongemak van die ondingen. Want ook al is het lapje textiel onontbeerlijk geworden, vrolijk wordt een gemiddelde tweevoeter er niet van. Ademen en praten is met een mondmasker lastiger dan ooit. Dat ‘suckt’, om het hip te zeggen.

Optimisten zeggen desondanks dat het wel weer betert. Dit ‘nieuwe normaal’ gaat voorbij. Op een dag zullen we weer zorgeloos mogen kussen, knuffelen en ontmaskerd door het leven gaan. Tot die tijd waag ook ik me – hondsdagen of niet – helaas gemuilkorfd in de straten en stegen van dit land.

Om het ongemak te beperken, beeld ik me op zulke momenten zelfs in dat ik een hond ben. Zo’n echte elitaire verwaande teef. Die door haar baasje gepamperd en in een dure Duitse kar vervoerd wordt zonder muilkorf. Die na het uitstappen schaamteloos aan het scrotum van elke lekker uitziende reu snuffelt, kwijlt als ze daar zin in heeft, haar poot opheft tegen de mooiste gevels en letterlijk haar gat veegt aan elke veiligheidsmaatregel. Die héél even zielig kijkt wanneer ze op de parking van een supermarkt wordt achtergelaten, daarna stiekem in haar pootje lacht en denkt:

Snoert de overheid tweevoeters de mondjes? Dan is het leven stukken beter op z’n hondjes!