Faaaak!

Benedikte Van Eeghem

The times they are a-changin’. Het zinnetje van Bob Dylan flitst door mijn hoofd wanneer ik op een rustige vrijdag naar huis spoor. Twee dudes zitten iets verderop in de coupé filmpjes met hun smartphone te bekijken.

“Faaaak jong, edde dees gezien? Van die vlammende bakken?”, vraagt de ene aan de andere.
“Nee gast, toon es”, repliceert zijn puberende bondgenoot. 

Waarna ze samen van YouTube doen en naar explosieve fragmentjes van formaat kijken. Eén kreet weerklinkt tot in den treure: faaaak! Het is de eenentwintigste-eeuwse, gemuteerde en ingeburgerde variant van ‘fuck’ geworden. Wie faaaak roept, is laaiend enthousiast en heel erg mee met zijn tijd.

“Faaaak!”, schalt de ene dude meermaals tijdens het filmpje.
“Fakking nie normaal …”, repliceert zijn boezemvriend.
“Echt man. Faaaak!”, besluit de eerste in stijl.

Ik kuch na de zoveelste f-uitstoot discreet, om te onderstrepen dat ik soms een oude zeur word. Lees: ik heb als veertiger een tijd gekend waarin je ‘fuck’ niet expliciet uitsprak. Het was not done, behalve bij gangsterrappers van over de oceaan met te veel gouden tanden en een blikkerend dollarteken om de hals. 

Maar tijden veranderen en taal doet dat ook. Resistance is futile. En zo draait het erop uit dat twee YouTube-kijkende gabbers, ondanks dat overloeze ge-faaaak, op de trein ongemoeid gelaten geworden. Ze doen niemand kwaad. Ik hou het dus bij dat ene kuchje en laat ze verder ongemoeid.

Een meisje schuin tegenover me knikt en glimlacht. Ze heeft de scène gevolgd en kan mijn gedachten lezen. Wanneer ze zelf een gesprek met de smartphone begint, weerklinkt er veel ‘da, da’ en ‘spasibo’ ertussenin. Ze ratelt voluit en gezellig in het Russisch, tot ze plots in een verbale kramp schiet. Ze snauwt iets wat op ‘kakmama’ lijkt, tot drie keer toe, luid en duidelijk. Kakmama!

Ik ken hoegenaamd geen Russisch en kan niet inschatten wat het betekent. Maar de term doet me nog meer steigeren dan de faaaak-tsunami van daarnet. Ik krimp volledig ineen wanneer de blondine haar telefoon na de uitval nors in haar handtas keilt. Kakmama aan de andere kant van de lijn is blijkbaar te ver gegaan. Het gesprek zit erop.

Om geen olie op het vuur te gieten, hou ik me gedeisd. Ik kuch niet, wijs haar niet terecht. Want van jonge fakkertjes kan ik het vlot halen, maar met een furie uit de toendra ga ik liever niet in de clinch. Geen zin in een nieuwe koude oorlog, of om zelf voor kakmama versleten te worden.

Ik spoor in vredige stilte verder langs mijn vlakke land. Ik kijk door het raam en concludeer dat Dylan dus gelijk had. Dat tijden veranderen en taal ook. En dat ik aan de Sint misschien maar eens een Russisch zakwoordenboekje moet vragen.