Sommige talen hebben een vaste klemtoon: de klemtoon in een woord ligt altijd op dezelfde lettergreep.
Op de eerste lettergreep: Ests, Faerøers, Fins, Georgisch, Hongaars, IJslands, Lets, Slovaaks, Tsjechisch.
Op de voorvoorlaatste lettergreep: Macedonisch.
Op de voorlaatste lettergreep: Pools.
Op de laatste lettergreep: Frans, Khmer, Perzisch.