|
Tot dit soort van infinitiefclusters behoren eigenlijk ook de talrijke scheidbare werkwoorden zoals voorlopen, aanduiden, goedkeuren. Die hebben het woordaccent - en in voorkomend geval ook de zinsklemtoon - altijd op dat niet-werkwoordelijke deel, dus op voor, aan, goed. Het werkwoord zelf kan alleen maar een contrastklemtoon krijgen. Bijvoorbeeld: Ik zei niet aanduiden, maar aanwijzen.
|