Gebruik bij voorkeur de vormen van de tweede persoon bij u: kunt, zult, bent, hebt. De vormen van de derde persoon (kan, zal, is, heeft) klinken formeel of juist slordig.
Het proces over de moord op een welstellende zakenman in Meerle, tien jaar geleden, moet niet worden overgedaan.
√ Het proces over de moord op een welgestelde zakenman in Meerle, tien jaar geleden, hoeft niet te worden overgedaan.
Welstellend is algemeen Belgisch-Nederlands volgens Van Dale, maar ook in België komt welgesteld vaker voor. In een negatieve zin gebruiken we hoeven als bedoeld wordt dat iets niet noodzakelijk is.