0 ... 9
|
A
|
B
|
C
|
D
|
E
|
F
|
G
|
H
|
I
|
J
|
K
|
L
|
M
|
N
|
O
|
P
|
Q
|
R
|
S
|
T
|
U
|
V
|
W
|
X
|
Y
|
Z
|
u / jij / jullie
u aller / uw aller*
u beider / uw beider*
u bent / u is
u hebt / u heeft
u kunt / u kan
u wilt / u wil
u zult / u zal
Ubach over Worms
Ubbergen
UCI
Uden
uitbaten / exploiteren
uitbater / exploitant
uitbollen
uitbreiden
uitbreiding (- nemen)*
uitdeinen*
uiteen...
uiterlijk / ten laatste
uitgangsverbod*
uitgeput
uitgeven op*
Uithoorn
uitlenen / ontlenen / lenen
uitnodigen
uitpluizen
uitrekken
uitrit / afrit
uitschijnen (laten -)*
uitschuiver
uittreden / aftreden
uittreksel
uitwijken, uitwijkeling*
uitwijzen / uitzetten
uitzicht / aanzien / aanzicht / zicht / gezicht
uitzonderingsrechtbank*
uitzonderlijk
Ukkel
Ulaanbaatar
Uliga
Umbriƫ
UN / UNO* / VN
undercover
up-to-date
updaten
upgraden
uraan / uranium
Urk
US / USA / VS
Utrecht
uur / uren
uurregeling* / uurrooster*
uurwerk
Taalkwesties
Uitspraak
Spellen - Schrijven
Landen
Eigennamen
Juist!
Taalbeleid
Woordenboek
Koppelingen
Taalmail
uitwijzen / uitzetten
Algemeen Nederlands zijn:
iemand uitwijzen
iemand uitzetten
iemand het land uit zetten
iemand uit het land zetten
Voorbeelden:
Twee Duitse supporters zijn het land uit gezet.
Frankrijk heeft twee Duitse supporters uitgewezen.
Elf hooligans uit Frankrijk gezet.
Frankrijk wijst elf hooligans uit.
Volgens de premier worden gezinnen met kinderen niet uitgezet.