- Niet: *Toen de president binnenkwam, stonden alle aanwezigen recht.
- Wel: Toen de president binnenkwam, stonden alle aanwezigen op.
- Niet: *Op verzoek van de voorzitter stonden alle deelnemers recht.
- Wel: Op verzoek van de voorzitter gingen alle deelnemers staan.
- Niet: *We moesten de hele rit rechtstaan.
- Wel: We moesten de hele rit staan.
- Niet: *Hoeveel bomen staan er na de storm nog recht?
- Wel: Hoeveel bomen staan er na de storm nog overeind?
|