Instaan voor betekent: nadrukkelijk de verantwoordelijkheid voor iets op je nemen, er aansprakelijk voor zijn, garanderen. Het komt het vaakst in negatieve zinnen voor.
Ik sta niet voor de gevolgen in.
Niet gebruiken voor: zorgen voor, belast zijn met, de leiding hebben over.
Niet: *Vanaf januari staan tien agenten in voor het regelen van het verkeer.
Wel: Vanaf januari zijn tien agenten belast met het regelen van het verkeer.
Niet: *De buurtbewoners staan in voor het onderhoud van de kapel.
Wel: De buurtbewoners zorgen zelf voor het onderhoud van de kapel.